Deel 2

Frank: Nu had ik graag jullie mening gehoord over een paar hedendaagse thema’s. Wat denken jullie van sponsoring? Is het een zegen of een vloek? Sven, jij bent gesponsord en Stef jij bent het niet…

Stef: Teveel mensen schijnen sponsoring als een doel op zich te beschouwen in plaats van een middel tot. De meeste mensen die ik ken en die gesponsord worden verdienen dat met recht en reden. Maar voor mezelf,… Ik zou mezelf niet sponsoren want daarvoor heb ik niet voldoende grote vissen gevangen. Trouwens, in feite ben ik maar matig geïnteresseerd in sponsoring.

Frank: Waarom?

Stef: Na 25 jaar karpervissen krijg je wel wat materiaal bij elkaar. Bovendien ben ik niet zo’n materiaalfreak. Het enige materiaal voor mezelf dat ik de afgelopen vijf jaar gekocht heb zijn mijn hengels (vroeger bouwde ik die zelf af, nu, omdat de prijzen van sommige stokken zo fel gedaald zijn, niet meer). Het materiaal waarmee ik heden ten dage vis heb ik bijna zonder uitzondering gekregen als verjaardags- of eindejaarscadeaus, want anders zat ik waarschijnlijk nog met mijn oud materiaal te vissen.
Ook op gebied van aas valt de kostprijs nogal mee. Mijn boilies kosten mij (all in, dus ook eieren, toevoegingen e.d. ongeveer 40 frank per kilogram en voor die prijs maak ik een aas dat best voedzaam, uitgebalanceerd en aantrekkelijk is). Neem nu dat ik 250 kilogram boilies per jaar ‘verzet’ en dat aan 40,-frank het kilogram (Ik reken de prijs van mijn boilies, want die zijn voor mij de norm, aangezien ik er uiterst tevreden over ben. Ze hebben me van een verscheidenheid aan wateren pakken vis opgeleverd. Totnogtoe heeft niemand me er, met welk aas dan ook, uitgevist, het tegendeel was soms wel het geval), dan betekent zulks voor mij een voordeel van ongeveer 10.000,- frank per jaar, Niet echt veel als je het mij vraagt. Als viswachter van de Nekker, een job op vrijwillige basis, had ik destijds een onkostenvergoeding van 12.000,-BEF. per jaar!
Een groot voordeel wat sponsoring zou meebrengen is waarschijnlijk dat ik zelf geen boilies meer zou hoeven te rollen, wat een enorme tijdsbesparing zou betekenen. Hoewel, nu maak ik mijn boilies samen met Rie, en hoewel er dan flink doorgewerkt wordt hebben we daarbij nog heel wat plezier, wisselen we nieuwtjes uit en bespreken we elkaars aanpak van de visserij op de respectievelijke wateren die we bevissen en geloof me, met twee weet je beslist meer dan alleen.
Frank: Als ik zo rond mij kijk heb ik de indruk dat ‘gesponsord zijn’ voor sommigen een statussymbool geworden is, het gevoel van daarmee in een soort van eredivisie te belanden, ook al zijn er geen echte voordelen aan verbonden. Sommigen raken daardoor dan zo geobsedeerd dat ze hun eigen visserij en die van anderen vergallen.
Sven: Er doen zich rond sponsoring nogal wat misverstanden voor. Ik zou toch eerst willen zeggen dat ik het nogal delicaat vind om over die zaken te spreken aangezien ik zelf gesponsord ben. Aanvankelijk stond ik er nogal sceptisch tegenover. Je hebt jaren lang je eigen aas gebruikt en hebt daar dus alle vertrouwen in. Je wordt dan gesponsord en voelt je moreel verplicht dat aas daadwerkelijk te gaan gebruiken. Wel, ik moet in alle objectiviteit zeggen dat het prima aas is.
De voordelen van sponsoring? Het is in de eerste plaats enorm tijdbesparend. De vrijgekomen tijd kan dan op een andere manier worden geïnvesteerd in de karpervisserij, bijvoorbeeld via het VBK, vergaderingen, meetings enz…Vroeger was daar allemaal geen tijd voor.
Wat betreft dat statussymbool… , die indruk heb ik soms ook. Het doel heiligt dan vaak de middelen. Wat mij betreft is die prestige relatief. Ik kan onmogelijk gesponsord worden door iets waar ik niet achter sta. Moest ik de indruk krijgen daardoor met slecht aas te vissen dan zou ik zeker op mijn eigen manier verder doen.
Nog iets over gesponsord zijn: velen verliezen uit het oog dat men hiervoor eigenlijk moet gevraagd worden. De meesten dringen zich op, maar zo werkt het niet. Alleen iemand die het verdient wordt gevraagd. Dat is trouwens de enige goede manier, omdat je dan als persoon wordt aanvaard en niet alleen om je vangsten. Men mag geen controversiële figuur zijn, ook al worden daarop wel eens uitzonderingen gemaakt.
Frank: Dat klopt! Zeer belangrijk WIE men daarmee in de schijnwerpers plaatst.
Sven: Inderdaad, als is het maar om de sfeer op onze wateren te vrijwaren. Iedereen die krampachtig op zoek is naar sponsoring denkt dat het moet via de vangst van grote vissen. Het is er een onderdeel van, akkoord, maar dat legt een enorme druk op onze wateren. Moesten die mensen weten dat het zo niet werkt dan zouden ze het visgewijs niet uithouden.
Frank: Er is ook de druk om gesponsord te blijven.
Sven: Ik zou het niet weten. Iedereen die lang genoeg in de visserij zit beseft dat het ene seizoen het andere niet is. Dat weet de sponsor ook. Je wordt zeker niet afgestraft voor een matig seizoen. Nogmaals, het gaat niet alleen om de vissen zelf. Je bent mee het imago van een merk. Je dient respect af te dwingen van anderen. Sommigen verliezen uit het oog dat ook ingesteldheid van belang is. Kortom, het is een geheel van verschillende zaken.
Nog iets, ik ben niet het type van een grabbelaar. Ik zal pas nieuw materiaal bestellen als dat echt nodig is en ga geen misbruik maken van de situatie. Als mijn bedchair bijvoorbeeld kapot is, dan is het wel handig dat ik er een nieuwe kan krijgen.
Stef: Even een rechtzetting of verduidelijking zo je wil in verband met dat aas. Ik vertelde daarstraks dat ik best tevreden ben met mijn aas. Maar daar bedoel ik zeker niet mee dat fabrieksboilies slecht zouden zijn, integendeel. Ik heb sommige merken gebezigd toen ik bijvoorbeeld wegens tijdsgebrek mijn eigen aas niet kon maken en heb er goed mee gevangen.
Frank: Volgens mij is gelijk welk aas goed. Stef – Sven (in koor) Dat is niet waar!
Frank: Fatsoenlijk aas hé, geen geitenkeutels.
Sven: Het is wel zo dat een valabele zelfgerolde boilie even goed kan zijn als een boilie van om het even welke verdeler, maar ik ben ook wel eens langs geweest bij Gary (Bayes). Wel, die mensen hebben mogelijkheden die je als particulier niet hebt, vooral qua testmogelijkheden en qua producten. Het zijn professionals die dagelijks met aas bezig zijn. Ze laten testen uitvoeren in laboratoria. Dat belet uiteraard niet dat je zelf een evenwaardig product kan maken, doch ik denk dat je niet dezelfde variëteit aan de dag kan leggen. Bovendien kunnen ze alles in bulk kopen, verse producten dus aan een lage prijs. dat geldt niet in het minst voor bepaalde additieven.
Frank: A propos Sven. Luc beweert in zijn boek dat het peperdure Squid poeder een banaal kaasderivaat zou zijn. Wat weet jij daarvan?
Sven: Eerlijk gezegd maakt het mij niet veel uit wat erin zit, als je er maar mee vangt en het niet schadelijk is voor de vis. Akkoord, ik heb makkelijk praten omdat ik het zelf niet hoef te betalen. Het is toch een feit dat het een enorm succesvol aas is en dat het zich overal bewezen heeft.
Ik zou er zelfs voor pleiten dat gelijk wie die ergens instant wil vissen beter af is met een kwaliteitsaas van Nash, Hutchinson of een ander gerenommeerd huis. Ik vind het een betere investering om een zak kwaliteitsboilies te kopen en deze eventueel wat aan te dikken met wat partikels om de prijs te drukken, dan met hetzelfde geld een grotere kwantiteit minderwaardig aas te gebruiken.

Frank: Is het niet zo dat de naam en faam van die producten werd gemaakt gewoon omdat er goede vissers mee gevist hebben en dat die mensen er veel hebben mee kunnen voeren omdat ze het gratis hadden? Een topvisser zal tenslotte toch vis vangen met gelijk welk degelijk aas?
Sven: Die mensen heben inderdaad bewezen dat ze vissen kunnen vangen, maar het is niet omdat ze gesponsord worden dat ze daarom bereid zouden zijn om met minderwaardig aas te gaan vissen. Neem nu nogmaals Phil. Geloof toch niet dat hij bereid zal zijn om het risico te nemen om met een aas te vissen waar hij geen volledig vertrouwen in heeft. Daar zou hij snel mee kappen, sponsor of geen sponsor. Topvissers kunnen zich niet permitteren om iets te gaan gebruiken dat hun resultaten negatief zou kunnen beïnvloeden. Daarvoor zijn ze veel te fanatiek met hun hobby bezig. Vergeet niet dat ze de lat reeds hoog legden vooraleer ze gesponsord werden.
Frank: Wat denk jij daarvan Stef?
Stef: Wel, ik kan me voorstellen dat een absolute beginneling die alles zelf nog moet uitzoeken beter af is met klaargemaakte boilies.
Frank: Ik dacht net andersom! Een beginnend visser doet er toch goed aan te beginnen met eigen aas. Het is toch een leerproces, net als de rest van het vissen? Of niet soms? Ik ken geen enkel topvisser die dat in zijn beginjaren niet gedaan heeft!
Sven: Gedeeltelijk heb je gelijk, maar niet vanuit het standpunt om te weten waaruit een boilie juist is samengesteld. Het had veel eerder te maken met vertrouwen dan met de ‘vangende factor’ in een aas. We zijn geen alchimisten hé,. Marco Kraal heeft misschien inzicht in de aasmaterie, maar als gewone leek denk ik dat men met die moeilijke zaken meer kunt misprutsen dan goed doen. Ik heb zelf trouwens nooit de drang gevoeld om op aasgebied naar iets nieuws te zoeken. Vertrouwen is belangrijker dan experimenteren met allerlei flesjes en potjes.
Frank: Kortom, experimenteren, maar met eenvoudige ingrediënten. Dat is nu net wat ik bedoelde!
Sven: Welnee. Dan zou ik aan een beginneling nog eerder de raad geven eerst te experimenteren met witvisvoer en gewone pen-en schuifsystemen. Dan zal hij voortdurend actie beleven en veel bijleren. Bij de boilievisserij is het van ‘het vertrekt of het vertrekt niet’. Wie met witvisvoer en/of gezoete maïs vist zal bijvoorbeeld leren hoe witvis karper lokt. Hij zal af en toe een brasem vangen, maar waarom zou iemand zijn neus moeten ophalen voor een knappe brasem of een mooie zeelt?
Frank: Natuurlijk, maar vroeg of laat zal hij toch overschakelen op boilies en priksystemen. Dan kan hij simpele boilies leren maken die een eenvoudige samenstelling hebben. Of niet soms?
Sven: Mocht ik vroeger geweten hebben wat ik nu weet, dan zou ik waarschijnlijk al die tijd en moeite niet meer getroosten in het zelf samenstellen van aas en me dan daarbij telkens afvragen of ik wel goed bezig ben.
Stef: In mijn beginperiode waren er gewoon geen boilies te verkrijgen en was ik dus verplicht om veel zelf uit te zoeken. Daar ging heel wat moeite en teleurstelling mee gepaard. Al valt de prijs van een fabrieksboilie soms niet mee, je koopt tenminste iets waarvan je weet dat het werkt. Misschien is het kopen van goede boilies dan goed besteed geld. Er is vooral het feit dat niet elke beginner weet waarmee hij bezig is. Experimenteren met allerlei zaken kan soms helemaal fout lopen en dat kan je ook een aanzienlijke duit kosten en veel tijdverlies betekenen. Niet iedereen is bereid om dat allemaal te riskeren.
Frank: Komaan! Dat het verloren tijd is om een simpele bol in elkaar te steken? Gooi twee of drie courante meelsoorten bij elkaar, doe er eventueel wat suiker bij en wat keukenkruiden en je hebt een perfecte boilie waarmee je bijna overal zult scoren!
op witvis. Zo’n gasten kunnen mijns inziens pas zelf boilies gaan draaien en daaruit leren indien ze door een meer ervaren iemand bijgestaan, begeleid en getipt worden.
Sven: Het klopt wat je zegt Franky, maar als beginnend karpervisser heb je geen enkele zekerheid. Als je om het zo te zeggen een ‘bleu’ bent, dan heb je geen inzicht in het sociaal gedrag van karpers, vistechnisch is het ook één en al onzekerheid en als je dan nog zelf je aas moet maken, dan is dat een onzekerheidsfactor te veel. Koop je dan een boilie van een degelijk merk dan kan je ervan uitgaan dat het niet aan uw aas zal liggen wanneer je niets vangt. Aldus kan je je concentreren op zuiver vistechnische zaken. Later kan je nog altijd gaan zoeken naar een eigen boilie met een persoonlijk cachet.
Frank: Mag ik blijven dwarsliggen? Sommige auteurs zoals Evert Aalten en Luc De Baets publiceren recepten waarmee ze karrenvrachten vis hebben gevangen. Dat moet toch voldoende zijn voor het vertrouwen?
Sven: Ja, die recepten zijn beschikbaar, maar je hebt geen idee hoe vaak het misloopt bij het maken van boilies. Je zou er versteld van staan. Tenslotte bevatten sommige recepten ook duurdere ingrediënten. Als je het niet alleen houdt bij goedkope producten als soyabloem en maïsmeel, dan zal de prijs snel oplopen. Nogmaals, ik zeg dit allemaal niet uit commercieel oogpunt.
Frank: Dat weet ik wel, maar laat ze verdorie toch eerst vangen met die soyabloem, dat maïsmeel en dat vismeel! Waar zijn die duurdere ingrediënten voor nodig?
Sven: Het is mijn oprechte mening: koop een zak boilies, leer het viswater kennen, evolueer technisch en als je achteraf wil experimenteren met aas, doe het dan.
Stef: Sven brengt toch wel enkele sterke argumenten naar voor. Boilies maken lijkt misschien makkelijker dan het in feite is. Neem nu mijn geval. Toen ik met boilies begon te vissen, viste ik al meer dan acht seizoenen op karper en op witvis. Ik had heel wat geleerd op het gebied van voerbestanddelen onder meer van mijn vader die zoals ik al eerder vertelde een fervent visser was. Toen ik eerst boilies begon te maken draaide dat uit op een catastrofe. Het deeg kleefde niet voldoende, het aas rolde slecht, noem maar op. Natuurlijk zie ik de voordelen van het zelf rollen van boilies en kan ik dat éénieder aanraden. Maar laat je eerst degelijk informeren door iemand die wat van de zaken afweet en die je tenminste een eindje op weg kan helpen. De aanschaf van een kant en klare mix uit een hengelsportzaak kan al een goede start zijn. Van zulk product weet je tenminste dat het zich, indien juist gebruikt, makkelijk tot aas laat rollen. Je mag die boilierollerij niet onderschatten. Toen dat boilievissen hier al een tijdje- doorgebroken was werd op bijna menige regionale bijeenkomst van karpervissersverenigingen uitgelegd hoe boilies gemaakt dienden te worden, en dat was zeker geen overbodige luxe, geloof me.
Frank: Ander onderwerp, op steeds meer waters wordt het gebruik van boten verboden. Er wordt opnieuw vis gevangen op werpafstand. Graag jullie mening
hierover.
Stef: Het is misschien een beetje zoals met alcohol. Je hebt gebruik en misbruik (neen dit is geen autobiografisch stukje over onze zomerse bezoeken aan de Gentse Fieste). De
manier waarop de boot gebruikt wordt is bepalend. Zelf gebruik ik geen boot, want voor de soort van karpervisserij die ik beoefen heb ik er geen nodig. Ik moet vaststellen dat
boten een water kunnen belasten omdat hengelaars de mogelijkheid krijgen om een veel grotere oppervlakte te bestrijken en dat de boot dan een middel wordt om een groter visgebied zeg maar af te bakenen. In de gevallen dat de boot gebruikt wordt om het aas ver uit te varen zal de hengelaar bij lijnbreuk vaak enkele honderden meters lijn verspelen. Het gevaar dat watervogels hierin verstrikt zullen raken en de dood zullen vinden is niet ondenkbaar. Zulks is natuurlijk (en terecht) koren op de molen van de groene jongens die in zulke toestanden een bedreiging voor hun gevederde vrienden zien. Het doet me plezier te merken dat op waters waar boten verboden werden de vissen opnieuw korter onder de kant gevangen worden. Een argument van mensen die pro bootgebruik zijn is dat ze gebruik willen maken van alle middelen om hun resultaten te verbeteren en dat lijkt me een logische redenering. Soms heb ik echter de indruk dat sommigen boten gaan gebruiken om anderen niet te laten vangen.
Sven: Dit item is al eens het onderwerp geweest van een voorgaande RL en mijn zienswijze in de tussentijd niet veranderd. Ik blijf er bij dat het gebruik van gemakkelijk te hanteren hulpmiddelen en zeker deze die volledig los staan van wat je onder de noemer vissen kan plaatsen tot een vervlakking van de visserij leidt.
Frank: Enduro’s dan. Ze winnen de laatste jaren meer aan populariteit. Voorstanders beweren dat dit een goede zaak is omdat onze hobby daardoor meer bekend geraakt bij het grote publiek. Voor mij is het een stap terug op ethisch vlak: in plaats van individuen worden karpers herleid tot anonieme cijfers, tot gestapelde gewichten.
Sven: Er is daarover een polemiek geweest in een van de voorgaande RL. Toen werd er door de rotaristen nogal negatief gereageerd op enduro’s. Rotary Letters zijn echter een zuiver persoonlijke weergave. Mij persoonlijk zeggen karpercompetities niks. Er zijn geen herkenningspunten met de karpervisserij die ik bedrijf. Dat neemt niet weg dat er mogelijkheden moeten worden gecreëerd voor mensen die daar wél plezier aan beleven. Er moet diversiteit zijn, voor elk wat wils zodat mensen die een uitdaging zien in enduro’s ook aan hun trekken komen.
Frank: Dus dat bepaalde waters in aanmerking komen voor enduro’s en andere niet?
Sven: Inderdaad, ik pleit voor diversiteit maar dan gegroepeerd op bepaalde wateren. Niet elk water is geschikt of kan enduro’s verdragen. Sommige waters zoals bijv. Bernissart zijn beter geschikt voor dit doel. Kies er binnen een bepaalde regio enkele uit maar laat de andere waters a.u.b. met rust. Op die manier kan je op elk water een beleid voeren naar de behoefte van elkeen.
Frank: Dus niet zoals gebeurt op Cassien, Sarulesti of Orient. Een hoop kleine vissen uitzetten omwille van een kampioenschap en daardoor het karakter van een water overhoop gooien.
Sven: Precies, een specimenwater moet een specimenwater blijven. Begin niet met om het even waar enduros te organiseren er extra vissen uit te zetten.
Stef: Ieder diertje zijn pleziertje. De mensen die zich in deze vorm van karpervangen kunnen terugvinden hebben mijn zegen, doch deze manier van vissen (enduro’s) is helemaal niet aan mij besteed. Zoals Sven terecht stelt moet aan mensen die deze vorm van karpervissen wel zien zitten de mogelijkheid geboden worden om zulks te doen, bijvoorbeeld door het creëren van wedstrijdwateren met een uitgebreide bezetting aan veelal kleinere karper. Echter, kwaliteitswateren met evenwichtige bezettingen mogen hiervoor niet opgeofferd worden. Dat wedstrijdvissen ligt echter ver van wat ikzelf in het karpervissen zoek. Karperwedstrijden kunnen het onrustige beest in mezelf nooit onder controle krijgen en houden. Ze zijn niet het medicijn om mijn karperkoorts te bedwingen en in banen te leiden zodat ik er dagelijks mee kan leven.
De resultaten van zo’n wedstrijd zijn trouwens uitermate relatief. Ik geef een voorbeeld. Stel dat je drie dagen en drie nachten gaat karperen op een water enkele honderden kilometers van je deur verwijderd. Je vangt tijdens die dagen twee visjes van zeg maar 5 kilogram. De trip kan moeilijk geslaagd genoemd worden en het resultaat beantwoordt zeker niet aan de verwachtingen en rechtvaardigt de gedane kosten en inspanningen nauwelijks. Wanneer echter die twee vissen zouden komen in een wedstrijd en de anderen vangen minder of niets wordt in juichstemming naar huis gereden. Is het resultaat van die twee gevangen visjes in het tweede voorbeeld dan beter dan de vangst van diezelfde visjes uit het eerste voorbeeld.
Uiteraard heb ik bewondering voor het schitterende resultaat van de Limburgse sympathiekelingen Jos (Vanuytven) en van Luc (Pluckers) op het wereldkampioenschap in Portugal. Je moet het toch maar doen. Ik heb echter nog veel meer respect voor de resultaten die deze jongens boek(t)en op hun thuiswateren.
Een randbemerking bij dat wedstrijdgebeuren. Rie en Jo (Van Hoof) hebben deze zomer zonder het geweten te hebben gevist op een Frans water waar de week voordien een enduro werd gehouden. Het water was dan door 150 karpervissers dichtgesmeten met voer. Je mag eens naar de resultaten gissen (zowel wat betreft de wedstrijd als de resultaten van Jo en Rie).
Wanneer ik lees over de vrolijke bende van de ‘Baitrunners’ en zie hoe die jongens zich kostelijk amuseren in het kader van een soort van zelf opgezet karperwedstrijdenkriterium, dan kan ik daar alleen maar sympathie voor opbrengen, maar nogmaals, ik zie mezelf nog niet onmiddellijk aan zulke wedstrijden deelnemen.
Frank: Hebben jullie nog andere interesses op visgebied?
Stef: Vroeger, tot zo’n vijftiental jaar geleden, was ik naast karpervisser tevens een fervent vastestok hengelaar. Diegenen die hun neus ophalen voor brasems weten niet waarover ze spreken, of ze hebben het over heel andere brasems dan diegene die ik destijds (en soms nog tijdens het karperen) ving. Hoezo brasems geven geen sport? Die magere scheermesscherpe scharminkels op fel overbezette wedstrijdputjes niet, maar brasems in een evenwichtig biotoop, waarvan het gewicht flirt met de voor brasems magische tienpondsgrens, je weet wel van die donkere vissen met een brede rug geven sport van de bovenste plank. Vermits ze uiteraard bevist worden met aangepast materiaal. Idem dito wat blankvoorns betreft. Eind jaren tachtig, tijdens mijn eerste Nekkerperiode ving ik er jaarlijks een half dozijn dozijn van. Dik zeventig vissen waren dat dus, met een gemiddeld gewicht van meer dan een kilogram en met een lengte van meer dan veertig centimeter. Spijtig dat het op de Nekker bijvangsten waren. Ik heb uiteraard geen spijt dat ik ze ving, doch met een hengel van één-en driekwart pond geven ze geen fractie weer van wat ze als sportvis wel echt waard kunnen zijn. Zeelten die ik op verschillende wateren eveneens als bijvangst mocht vangen zijn mee van mijn favoriete vissen. Ik ga er ooit nog gespecialiseerd op vissen op die voorns, brasems en zeelten, maar dan wel op een gespecialiseerde manier. Met een trage hengel; speciaal gebouwd voor een lijntje van zo’n tien honderdste krijg je aldus vissport van de bovenste plank.
Verder interesseren mij die Spaanse reuzenbarbelen (Barbus Comiza), waarop ik ongetwijfeld ooit nog ga vissen (De vistrip naar Spanje zal dan langer duren dan drie dagen!!).
(Stef verwijst hier naar het artikel Don Enrique en El Esteban)
Sven: Zoals elkeen al ervaren heeft is het karpervissen soms statisch en monotoom en dan denk ik soms wel eens met weemoed terug aan actievere vormen van vissen zoals baars of snoekvisserij. ‘k Maak mij dan ook altijd het voornemen om deze visserijen nog een te beoefenen maar blijkbaar is de lokroep van de karpers te groot en blijft het bij plannenmakerij.
Frank: beste vrienden, nu een woordje over het VBK. Hoe zien jullie de toekomst van onze organisatie?
Stef: Ook wat ons eigen publikaties van het VBK-magazine betreft is er heel wat veranderd. Vroeger (ten tijde van het BKSG, de voorloper zo je wil van het VBK) was er steevast een tekort aan materiaal om te publiceren, terwijl er nu ruim voldoende artikelen binnenkomen om vier magazines per jaar te laten verschijnen. Natuurlijk is de aanpak en inzet van Alijn daar niet vreemd. Ik heb eens een avond naast Alijn aan de computer gezeten toen hij het magazine aan het afwerken was. Het is niet te geloven wat daarbij allemaal komt kijken en waarmee allemaal rekening gehouden moet worden. Het resultaat mag er zijn en ik heb dan ook veel bewondering voor het werk van onze hoofdredacteur en voor het eindproduct dat hij klaarstoomt.
Het is bovendien goed dat in ons blad Belgische en Nederlandse artikelen verschijnen en dat zaken verteld worden gebaseerd op ervaringen van bij ons. Ik ben veel minder een karperanglofiel als vroeger. Er was inderdaad een tijd dat de lage landen een beetje de achtergestelde gebieden waren en dat we nood hadden aan de nieuwe invloeden uit Engeland. Groothuis heeft daar aan verholpen door Engelse ideeën en vismethodes door te geven. Nu nog lijken velen te geloven dat enkel wat uit Engeland komt goed is en dat zulke zaken ook zouden gelden voor de visserij in de lage landen. Ik ben het daar dus niet mee eens. Het is waar dat hun wateren onder een enorme druk staan en dat ze   vindingrijk moeten zijn om de ultraschuwe karpers alsnog tot aanbijten te verleiden. Wat iedereen blijkbaar uit het oog schijnt te verliezen is dat ze dienen te vissen in wateren die hemelsbreed van de onze verschillen. Zij moeten vaak de klus zien te klaren op kleine, vaak ondiepe watertjes van slechts enkele hectaren die volgestouwd zijn met wier en andere watervegetatie. De continentale visserij heeft een eigenheid, denk maar aan de middelgrote, de grote en de zeer grote plassen, en aan de rivieren en de kanalen. De karpervisserij is in onze contreien zijn kinderschoenen reeds lang ontgroeid. Het is dan ook goed dat het VBK-blad de karpervisserij van bij ons behandelt en het ‘bewijs’ is van onze eigenheid en volwassenheid in de karperwereld.
Frank: Wat is het Belang van het VBK?
Stef: Wel het VBK is geen commerciële organisatie, in die zin dat de leden moeten terugkrijgen waarvoor ze betalen. Ik vind dat het VBK gaat en staat dankzij haar leden en de inzet van die leden. Persoonlijk probeer ik mijn steentje bij te dragen op de manier die mij het makkelijkst uitkomt, nl. door te schrijven van een artikel en andere bijdragen te leveren aan het magazine. Hoe meer leden inzet betonen, hoe waardevoller het VBK wordt voor iedereen. Het VBK is haar leden. En met het huidige bestuur (met de kapitein aan
het roer) varen we een goeie koers. Hij weet zijn daadkracht en macht om te zetten in gezag. En hij wordt bijgestaan door een groep gemotiveerde bestuursleden. Het gaat het VBK voor de wind, vooral dankzij de inzet en de motivatie van deze jongens. Zulks mag ook wel eens gezegd worden. (Opm.: gezegd bij het afnemen v/h interview toen Stef nog geen bestuurslid was). Voor iedere klager die zo nodig zijn ongenoegen kenbaar moet maken zijn er misschien wel honderd leden die de inspanningen van de bestuursmensen wel waarderen doch zulks niet vermelden.
Een nationale organisatie als het VBK is ook nodig om de belangen van hengelaars te verdedigen. De hengelaarswereld wordt stilaan overspoeld door de ‘groene golf’. Meer en meer waterrijke natuurgebieden zullen voor hengelaars in de toekomst verboden zone worden. Die tendens is trouwens al volop bezig De hengelaarswereld slaapt en laat dus maar begaan. Hengelaars zijn trouwens onderling te verdeeld om op een eenparige manier te reageren. Het doet me eigenlijk een beetje denken aan de Schotten die door onderlinge vetes en clantwisten eeuwenlang onder het gezag van beter gestructureerde Engelsen hebben geleden. In één van de VVHV magazines schrijft de heer Cousement in zijn voorwoord dat er in Vlaanderen x-aantal duizenden zoetwatervissers zijn. Al die vissers vormen blijkbaar één grijze massa die er geenszins in slaagt om zich te profileren en die de strijd voor een plaats van de sportvisser in een steeds groener wordende wereld gegarandeerd aan het verliezen zijn. Het slapende vissersvolkje zal dus ontwaken met een kater en vooral met te weinig viswateren om de nadorst te lessen.
Sven: Ik kan beamen wat Stef zegt. We zijn met het VBK aan een gestadige opmars bezig qua ledenaantal en uitstraling. We zijn echter op een punt gekomen dat we te groot zijn om klein te zijn en te klein om groot te zijn. Wat brengt dat met zich mee? Dat we binnen het dagelijks bestuur duidelijke doelstellingen zullen moeten omlijnen. Pas op, dit is geen kritiek, maar ik denk dat we een definitieve richting moeten kiezen. De vorm en het ermee gepaard gaande werk van het VBK is draaglijk voor sommigen mensen, maar niet voor iedereen. Als we willen blijven doorgroeien dan gaan we onze doelstellingen daarop moeten instellen.
De huidige energie die er wordt ingestopt is te te zeer verspreid. We moeten tot een netwerk van mensen komen die ons in staat stelt om door te groeien. Naast de huidige regio’s zouden er ook werkgroepen moeten worden opgericht. Wat heb ik hiermee voor ogen?
Wel, een bestuurslid krijgt bijv. op termijn een objectief. Hij verzamelt dan mensen rond zich aan wie hij bepaalde taken kan toevertrouwen, dingen waarin deze laatsten gespecialiseerd zijn. ik denk hierbij bijv. aan het beheer van waters. Hier komt een juridische kant maar ook een administratieve kant om de hoek kijken. Het bestuurslid dat zich rond deze zaken actief interesseert hoeft zich dan niet in te laten met iets anders zoals bijv. de opzetten van de VBK stand op een of andere beurs. Hij kan zich specifiek op zijn dossier concentreren en samenwerken met andere VBK leden die gespecialiseerd zijn in die specifieke domeinen. Het bestuurslid fungeert als coördinator en verzorgt de administratieve
kant en onderhandelt. Hij legt zijn oor te luister bij specialisten. Het beleid echter wordt bepaald door het VBK bestuur, meer bepaald de raad van bestuur. Het is echter de coördinator die het beleid tot uitvoer brengt. Dit is absoluut geen kritiek op de huidige manier van werken (we moeten daarin groeien). Zonder in een onderneming te vervallen doen we er goed aan om de zaken van tijd tot tijd te evalueren en ze bij te sturen waar nodig. We mogen niet het risico nemen dat het voor bepaalde mensen teveel wordt, sommige zaken kunnen worden opgevangen door andere mensen.
Frank: Met werkgroepen kunnen we ook een betere doorstroming bekomen naar de andere leden toe. Zo raken er ook meer mensen betrokken bij het actief beleid.
Sven: Ja, de leden weten dan ook beter wat er leeft binnen het VBK. Er kunnen bijv. gevoeligheden zijn die we verkeerd inschatten. Het grootste voordeel is echter dat bepaalde mensen zich op die manier op één zaak kunnen toeleggen, volgens mij de enige manier om bepaalde dossiers consequent te kunnen opvolgen.
Frank: Een vraagje i.v.m. ons magazine. De kwaliteit wordt steeds groter maar aan de andere kant riskeert iedereen die publiceert en stellingen inneemt om een schietschijf te worden. Vinden jullie dat zulks kadert in een debatcultuur of brengen de meeste reacties geen wezenlijke meerwaarde?
Sven: Wat mij hierbij het meest stoort is dat het feit dat het beleid dat door het VBK wordt gevoerd, toegespitst wordt op bepaalde personen, alsof zij allesbepalend zijn. De visie van het VBK wordt niet bepaald door enkelingen maar door de algemene raad. Het is dan ook niet fair om sommigen
daarvoor verantwoordelijk te stellen. Sommige leden associëren het VBK met bepaalde personen. Zijn ze het oneens of hebben ze een conflict met zo’n persoon dan stappen ze meteen uit het VBK. Maar zo zit het VBK niet in elkaar. Neem nu het voorbeeld van Alijn. Het magazine valt mee onder zijn bevoegdheid en soms geeft hij z’n persoonlijke visie weer. Teveel mensen kunnen de zaken niet van mekaar scheiden. Teveel lezersbrieven zijn niks meer dan afrekeningen tussen individuele personen en ik vind het een goeie zaak dat Alijn dit soort brieven nu regelrecht in vuilnisbak keilt.
Als er zich bepaalde misstoestanden aan een water voordoen dan maakt het niet zozeer uit of dit omwille van persoon X of Y is, bepaalde individuen verpesten de boel altijd. Het gaat om de feiten op zich, niet om de personen.
Stef: Kritiek geven is heel gemakkelijk. Kritiek zonder meer mag eigenlijk geen verf pakken. Enkel kritiek die ook interessante alternatieve biedt.
Frank: Sommigen insinueren dat het VBK niet democratisch zou zijn.
Sven: Ik zie niet in waarom niet. Iedereen kan met zijn grieven terrecht bij de voorzitter, de redactie of het secretariaat. Men moet inzien dat er echter een beleid moet worden gevoerd en standpunten moeten worden ingenomen. Als je kleur bekent zijn er altijd wel mensen die er anders over denken. Aan ons om uit te maken welke kritiek relevant is en welke niet. Kritiek die voortkomt uit persoonlijk frustratie moet geen ruimte worden gegeven.
Ik vermoed dat de termen democratisch en transparant door elkaar gehaald worden. En inderdaad voor wat betreft transparantie is er ruimte voor verbetering. een belangrijke stap is reeds gezet door het opdrijven van het aantal en kwaliteit van de magazines maar we zijn er nog niet. Wanneer het VBK ter sprake komt dan is het soms frappant welke misverstanden de ronde doen en dan vooral bij diegenen die gen lid zijn. Het is logisch dat een vereniging zich op de eerste plaats tot haar leden richt maar we mogen ons niet afsluiten voor eventuele constructieve kritiek van buitenstaanders. Daarom acht ik het niet onbelangrijk om met een luisterend oor ook deze mensen te aanhoren en indien hun kritieken verenigbaar zijn met de doelstellingen van het VBK toenadering te betrachten en alzo een groter bereik tot stand te brengen. Het oprichten van werkgroepen met een duidelijk omschreven taakbeschrijving en objectieven zou een niet onbelangrijk hulpmiddel zijn.

Sven: De karpervisserij is een afspiegeling van wat zich in de maatschappij voordoet. Deze is nu eenmaal competitief ingesteld. Het is soms bedroevend om zien dat je aan de waterkant dezelfde competitiesfeer ervaart als in het bedrijfsleven. Veel mensen denken dat ze zich moeten bewijzen om er bij te horen, dit soort dingen worden ons dagdagelijks door het strot geduwd. Jammer want de waterkant zou in de eerste plaats een plek van rust en vriendschap moeten zijn.
Frank: Ik wil besluiten met een positieve noot. We hebben een interessante hobby met enorm veel mogelijkheden. Wat zijn volgens jullie de positieve evoluties?
Stef: Dat het VBK blijft groeien alleszins. Zodoende kan je des te meer vissers gevoelig maken voor bepaalde onderwerpen. Hoe meer karpervissers zich groeperen hoe beter voor iedereen.
Sven: Het feit dat stilaan het bewustzijn groeit dat we als groep veel sterker staan en echt dingen kunnen afdwingen. Door het stijgende ledenaantal kunnen we tot een cultuurverandering komen en krijgen we meer slagkracht. Los van allerhande kleine onderlinge vetes kunnen we via het VBK reageren en ingrijpen indien nodig. Wanneer bijvoorbeeld een gemeenschappelijke vijand opduikt. Wat de visserij zelf aangaat is het vijf voor twaalf. Als we de commercialisering van onze visserij tegengaan. De groenen zie ikzelf niet noodzakelijk als een vijand. We moeten ze tot bondgenoot maken als we tot enig resultaat willen komen.
Frank: Om af te sluiten nog een pure karpervissersvraag. Wat is jullie favoriete Frans water en waarom?
Stef: Wel, eigenlijk heb ik niet zoveel ervaring in Frankrijk. Dat zal in de toekomst wel veranderen want hoewel ik er nog nooit heb gevist klinkt de lokroep der Franse rivieren steeds luider.
Mijn favoriete viswater is tot op heden ongetwijfeld Cassien. Eind ‘99 heb ik er iets langer dan een week gevist tijdens een trip waarin ik Alijn en Rie vergezelde. Vooraf was ik nogal sceptisch. Ik bedoel daarmee dat iedereen steevast nogal lyrisch doet en altijd superlatieven in de mond neemt wanneer het Cassien betreft. Ik vreesde een beetje dat Cassien misschien wel overroepen was. Wel, ik kwam, ik zag en ik werd overwonnen door het Cassien-gevoel. Wie er eenmaal heeft gevist gaat er beslist opnieuw naartoe.
Tijdens die week, na vijf dagen blanken en drie keer verkassen ving ik uiteindelijk twee schitterende vissen binnen de 24 uur. De eerste, een spiegel van 22,9 kg (een PB trouwens) kwam ‘s avonds en de dril vanuit de boot was onwaarschijnlijk spectaculair. De andere kwam vis ‘s morgens bij een temperatuur van min 10° C! Die vangsten alleen maakten Cassien speciaal voor mij. Ongetwijfeld speelt het feit dat zoveel grote namen er visten en nog vissen ongetwijfeld mee. Ook de sfeer en de omgeving van het meer spelen bij mijn waardering een grote rol. Evenals het gezelschap. Met Alijn en m’n broer Rie is het steeds leuk vissen.
Sven: ‘k Moet mij aansluiten bij Stef. Tweemaal ben ik er geweest en het is inderdaad een water die je moeilijk loslaat. Er is het goede weer, het heuvelachtig landschap, de nachtvisserij evenals het gebruik van een boot is er toegestaan en natuurlijk de hallucinante bezetting. Allemaal factoren die in het voordeel pleiten. Er zijn echter ook minpunten. Het water lijdt aan overstocking en het kan er enorm druk zijn alhoewel je van deze een bondgenoot kan maken.
Een juiste tactische aanpak kan ongetwijfeld het verschil
maken en vormt telkenmale een uitdaging; Tactiek is variabel en de voldoening is groot wanneer en welgekozen aanpak loont.
Frank: Nog een allerlaatste vraagje aan Sven. In het volgende magazine start je een column waarin lezers allerhande vragen kunnen stellen. Hoe zal dit er ongeveer uitzien?

Sven: Wel, het is een idee van Alijn, omdat er regelmatig brieven in die zin aankomen op de redactie. Het is met deze formule vooral de bedoeling om mensen te stimuleren om hun vragen te stellen. Ik vermoed dat de richting van de vragen vnl. van technische aard zullen zijn. Het is in elk geval de bedoeling om vooral beginnende en minder ervaren karpervissers vooruit te helpen.
Frank: Bedankt voor jullie tijd, de koffie, de taart, de frieten, de pizza, de cola, het snoep en vooral voor het schitterende interview!
Zullen we misschien nu gaan eten?
Fototeksten:
Cassien 2: ook Sven z’n favoriete Franse water
Cassien: Sven met de dood gewaande Floppy Tail op 23,2 kg
Stef Cassien: Stef: “Ik kwam, ik zag en ik werd overwonnen door het Cassien-gevoel”, Stef met een 22,8 kg
wegende winterbak
Stef interview1: Stef met Big Scale van de Nekker op 18, 4 in de zomer van ’97
Frank interview: De onnavolgbare Frank Blank tijdens de opvoering van een circusnummer aan de Nekker in ’98
Rie Michiels Rijen: Stef’s broer, Rie met een rijentje van KK 8/9
Sven Big Scale: Sven met Mighty Big Scale op 21,8 kg, zijn allerhoogste gewicht ooit in het najaar van 1998.

error: Inhoud van site is beschermd !!