Interview met Ronny De Groote door Alijn Danau

 

Op verzoek van sommigen. Op vraag van anderen. Omwille van smeekbedes van z’n fanclub. Onder bedreiging van z’n sponsors, uw onverdeelde aandacht graag voor de Belgische Don Corleone, de politicus van het karpervissen. Hier komt het grote Ronny De Groote interview.

 

1 Je schrijft voor diverse magazines, heb je ooit met de gedachte gespeeld om ook een boek te schrijven?

Er is inderdaad een tijd geweest dat ik plannen

maakte om aan het schrijven te gaan, maar ik zou het om de verkeerde redenen hebben gedaan. Indien ik er ooit aan begin – en dat zal waarschijnlijk niet voor morgen zijn – dan zal ik het schrijven omdat ik vind dat ik het moet doen. Het geld zal natuurlijk mooi meegenomen zijn, maar het mag zeker niet de hoofreden vormen. Trouwens het geldelijk gewin vind ik persoonlijk toch niet echt in verhouding staan tot het monnikenwerk dat je er instopt. De oplage is namelijk te klein en je moet het meer om de eer doen dan om er echt financieel (veel) beter van te worden. Indien geld de drijfveer is dan kan je je best op iets anders concentreren dan op het schrijven van karperboeken.

De vraag of ik nog niet aan het schrijven ben komt steeds nadrukkelijker terug en het flatteert me natuurlijk wel dat er bepaalde mensen zijn die het blijkbaar van mij verwachten dat ik ooit eens aan een karperboek begin. Ik heb echter geen zin om me nog meer verplichtingen, welke nefast zijn voor mijn vrijheid, op de hals te halen. De laatste jaren waren en arbeidsintensief en wellicht de meest hectische uit mijn bestaan. Mijn voornemens voor het volgende millennium hebben dan ook alles te maken met minder werken, meer vissen en misschien wel een beetje meer schrijven. We zien wel wat de toekomst zal brengen. Ik maak me er vast en zeker (nog) niet druk om.

 

2 Kan je aspirant schrijvers wat tips geven aangaande een voor een magazine interessant artikel? (ook met betrekking tot de fotografie)

Probeer het zo neer te pennen zoals je het zou vertellen. Praten kunnen we, de een al wat beter dan de andere, allemaal. Komen we echter bij het schrijven van een artikel terecht dan blijkt er plotseling iets stroef te lopen niettegenstaande dat het in feite niks meer is dan een aan het papier toevertrouwde monoloog. Indien je nog nooit iets hebt geschreven voor een blad komt het er vooral op aan om je moed samen te rapen, je niks aan te trekken van wat de ’anderen’ er eventueel over te zeggen hebben en gewoon je verhaal aan het papier toe te vertrouwen. De volgende punten probeer ik steeds indachtig te zijn:

– Gooi merknamen overboord. Persoonlijk walg ik van verkapte reclame en zogenaamde artikels waar Nash, Hutchinson, Delkim, Fox enz. te pas en te onpas worden gebruikt. Ze krijgen zondermeer het label rotzooi van mij mee. Vertikaal klasseren is het enige waar deze goed voor zijn. Dit wilt natuurlijk niet zeggen dat je helemaal geen merknaam mag vermelden, maar ik vind dat het moet bijdragen tot een verduidelijking van de inhoud.

– Vermijd zoveel mogelijk herhalingen. Synoniemen zorgen er voor dat er geen verveling gaat optreden.

– Probeer een artikel op te bouwen. In de lagere school hebben we allemaal geleerd dat een opstel uit een inleiding, een middenstuk en een slot bestaat.

– Tracht er iets in te stoppen. Wat deed ik? Waarom deed ik dat? Wat waren de resultaten? Hoe brachten de anderen het er van af? Wat hadden zij gedaan? Het hoeft er niet letterlijk in te staan, maar indien je het tussen de regels kan laten ‘meeglijden’ dan kan je er pas echt iets van. ‘Visser stapt in wagen, komt aan het water toe en vangt een vis‘ gaat heel snel vervelen.

– Oefening baart kunst. Veel lezen zal zeker bijdragen tot een ruimere woordenschat en een iets vloeiender zinsbouw.

– Houd rekening met het publiek waar je voor schrijft.

Er zijn waarschijnlijk nog wel een paar kleine zaken waar ik nu niet onmiddellijk aan denk, maar die wel gaan bepalen of je artikel er een is waar nog veel moet aan gesleuteld worden of dat klaar is voor publicatie.

Over de fotografie kan er veel gezegd worden, maar Alijn heeft slechts acht pagina’s voorzien. Daarom zal ik het kort proberen te houden.

– De foto’s of dia’s moeten zonder enige uitzondering haarscherp zijn.

– Het onderwerp moet centraal staan m.a.w. indien je de visser en zijn karper wilt fotograferen dan is de omgeving van geen tel.

– Steek variatie in je fotowerk. Visser/karperplaatjes zijn leuk, maar sfeerfoto’s en foto’s die een bepaalde tekst (bijv. rigtalk) ondersteunen maken het voor de hoofdredacteur prettiger werken. Je lezers zullen het eveneens als een aangename verademing ervaren.

– Voeg liever een paar plaatjes te veel dan te weinig bij je artikel. De redactie zal je er dankbaar voor zijn.

Wat het technische aspect van het spectrum fotografie betreft zijn er andere mensen die beter gekwalificeerd zijn dan ik. Ik verwacht op dit gebied veel van het artikel van Nico Vereecken – sportfotograaf en karpervisser – in ‘De Karper’ van februari.

Houd er vooral rekening mee dat de fotografie bij een stuk reeds voor een groot gedeelte gaat bepalen of je artikel al dan niet gelezen wordt. Goede fotografie en een slechte tekstinhoud krijgt meestal wel (afhankelijk van de lezer is dat dan misschien maar tijdelijk) aandacht terwijl het omgekeerde echter dikwijls (onterecht) als saai wordt bestempeld.

 

  1. Je hebt de laatste jaren ook geflirt met andere vooral meer exotische vissoorten. Ietwat uitgekeken op het karpervissen of gewoon iets extra’s?

Karpervissen heb ik altijd graag gedaan en zal ik waarschijnlijk altijd graag blijven doen. De éénwording met de natuur, de karper, het gevecht, de rust, het leerproces (dit laatste heb ik een beetje verwaarloosd de voorbije jaren) enz. zijn zaken die mij steeds zullen blijven aanspreken. Niettegenstaande dat, ben ik van oordeel dat het leven één groot pretpark is en ik hou er nu eenmaal

van om op iedere attractie een keertje te hebben plaats genomen.

In een ver verleden heb ik eens een reportage gelezen over steuren die niet te stoppen waren m.a.w. mijn interesse was gewekt en sedert die reportage heb ik steeds het verlangen gehad om ooit ook eens een steur te mogen landen. In 1997 ben ik met Sven Hoebeeck naar de Colombia rivier afgereisd om deze oervissen te temmen. Ik kan het iedereen aanraden want het is zondermeer een fenomenale belevenis. Verder ben ik in Egypte achter nijlbaars aangegaan en weet ik iets meer over de vissoorten die voor de Senegalese kust te vangen zijn. Op dit ogenblik ben ik net terug van Spanje waar de inmiddels bekende Iberische barbelen mijn targetvissen waren en tussendoor heb ik hier en daar ook nog mijn meervalletje gevangen. Ik vermaak me wel en dat is nog steeds het allerbelangrijkste.

 

4 Je hebt een tijdje samen gevist met Luc De Baets. Is hij van invloed geweest op je eigen visserij?

Luc laat niemand onverschillig. Hij legt de lat voor zichzelf (en voor zijn naaste omgeving) altijd hoog, neem daarbij dat hij over meer dan een behoorlijke bagage beschikt, analytisch zeer sterk is, als geen ander conclusies kan trekken en je weet onmiddellijk dat hij beter dan het gemiddelde is. Mijn antwoord is dus ja. Hij heeft inderdaad een invloed gehad op mijn visserij. Van hem heb ik geleerd wat je als belangrijk moet beschouwen in het karpervissen en wat niet. De aasconditionering wordt als zijnde zijn idee omschreven en het is inderdaad hij die ons het licht heeft laten zien. In Engeland waren ze in die tijd reeds een periode – herinner de Tutti Frutti, Nod Oil en wellicht nog een paar andere campagnes – al dan niet bewust met deze tactiek bezig, maar hij – analytisch sterk en tussen de lijnen lezend – was inderdaad de eerste op het continent die met deze tactiek naar voren kwam. Het resultaat is ondertussen reeds door bijna iedereen gekend. Zij die er nog niets zouden over vernomen hebben kan ik aanraden om zijn boek te kopen.

 

5 Nog invloeden van anderen?

Ik denk dat je van iedereen waarmee je een bepaalde tijd aan het water vertoeft wel iets meedraagt. Het is een nooit eindigend leerproces.

Er zijn natuurlijk mensen die je op een of andere manier beïnvloeden en bij mij is dat niet anders. Rini Groothuis zal steeds wel een bepaald plaatsje in mijn karpergeschiedenis innemen. Zijn boek ‘Karper’ heeft mij zeker geïnspireerd om naar de waterkant te trekken. ‘Carpfever’ van Kevin Maddocks is eveneens belangrijk geweest. Echte idolen heb ik niet en dit is enkel te wijden aan het feit dat ik de meeste grote namen waar ik vroeger naar opkeek persoonlijk ken en dan leer je zowel hun grote als kleine kantjes kennen. De magie ebt daarom een beetje weg. Niettegenstaande dat heb ik veel respect voor de oude garde, mannen zoals een Jan Junge en nog een paar van zijn tijdsgenoten. Zij waren de mannen, de jagers, de pioniers die achter de karpers aangingen. In feite zet het gros van de hedendaagse karpervissers enkel vallen uit. Daar is helemaal niks verkeerd mee, maar de klamme handen en de adrenalineopstoot zijn echter van een veel mindere mate dan bij het jagend karperen.

Kevin Nash, Phil Cottenier, Luc Coppens, Swa’ den Drukker’ Van Dingenen, Sandro Di Cesare, Sjef en Henk Van den Hove (om er voor de vuist weg maar een paar te noemen) zijn allemaal jongens die in meer of mindere mate mijn visserij hebben beïnvloed. Als je veel informatie uitwisselt met vissers van dat kaliber dan wordt iedereen door iedereen geïnspireerd.

Als ik dan toch nog iemand mag noemen dan is dat Gary Bayes. Ik vind Gary een bovenste beste karpervisser en tevens is hij een schat van een kerel. ‘What you see is what you get’ m.a.w. nonsens zijn aan hem niet besteed en daarom mag ik hem graag.

Stef Michiels is ook zo iemand. Schitterend karakter, idealist pur sang, kortom voor zo een persoon neem ik mijn hoed af.

 

6 Aan welke vangsten bewaar je de mooiste herinneringen?

Er zijn heel wat vangsten die voor mij altijd speciaal zullen blijven. Mijn eerste twintig-, dertig- en veertig ponder kan ik me nog precies herinneren. Stuk voor stuk zijn het mijlpalen in mijn karpervisserscarrière. De paar volschubs die ik gevangen heb weet ik nog precies te plaatsen. ‘Den Grooten’ en ‘Skup’ zijn echter toch iets heel speciaal. De voorbereidingen klopten tot in de puntjes en het ogenblik van hun vangst kon niet beter gekozen zijn. Dank U goede vrienden. May you both rest in peace.

 

7 Aan wie of wat de slechtste?

Ik wil helemaal geen oude koeien uit de gracht halen, maar de dood van ‘Rambo’ en ‘Twee Kleur’ heeft zeker een hele grote indruk op me nagelaten. Ik kan moeilijk iets vergeven en heb daarom jarenlang echt pissig gelopen op de desbetreffende persoon. Volgens mij, en de andere jongens die er toen op dat pijnlijk moment bij waren, kon deze tragedie voorkomen worden. Verder wil ik er nu niks meer over zeggen. Zelfs na al die jaren word ik er emotioneel van en sluit er zich een beklemmende klauw rond mijn gemoed.

 

8 Je richt de laatste jaren je aandacht meer en meer op Italië. Waarom?

Italië is een van de landen die de potentie heeft om

een mooie karper te produceren. Ik hou er nu

eenmaal van om op niet beploegde akkers aan de

slag te gaan. Iedereen of in ieder geval het grootste

deel van die jongens die naar het buitenland

trekken komen in Frankrijk terecht. Ze vergeten

echter dat landen zoals Oostenrijk, Tsjechië,

Slowakije, Hongarije, Duitsland en heel

waarschijnlijk nog een paar andere landen reeds

karpers hebben voort gebracht die ver boven de vijftig pond uitkwamen. Oostenrijk heeft nu ook zijn

zestiger indien ik me niet vergis. Ik weet reeds jaren dat voornamelijk de meest oostelijke Oostenrijkse

provincies dikke karpers ophoesten. Waarom wijk ik dan bijna steevast naar Italië uit? La dolce vita

speelt hierbij een grote rol. Ik kan me precies terugvinden in het domani-gevoel dat eigen is aan

Zuideuropa. De mensen hebben er blijkbaar nog tijd om te leven en ik heb de indruk dat wij,

westerlingen, dikwijls geleefd worden. Verder hebben Italianen en Belgen heel wat overlappende

punten. Kortom, ik hou van dat land, van zijn mensen en hun manier van leven m.a.w. ik voel me er

thuis en dat er hier en daar nog een leuke karper rondzwemt is meegenomen.

 

9 Wat vind je van het karpervissen anno 2000. Zit je nog steeds met een zelfde enthousiasme aan de waterkant of is de gedrevenheid wat weggeëbd?

Er is een tijd geweest dat ik bij min 14° C onder de blote hemel, dus zonder paraplu of tent, overnachtte en dat mijn slaapzak er tegen de ochtend aan een bijna een centimeter dikke ijslaag had bij gekregen of die keer dat ik bij ongeveer min acht op een grondzeil de nacht doorkwam. Ik was toen nog stukken jonger en bereid om mijn limieten tot het uiterste te verkennen. Dat dateert nog uit de periode dat ik nog niet mijn deel dertig- en veertig ponders had gevangen. Ik heb echter het geluk gehad om die vissen te landen waar ik achterzat en dat maakt het voor mij nu stukken makkelijker. Ik kan al eens in mijn echtelijke bed kruipen zonder dat mijn gedachten aan de waterkant zijn. Niettemin sta ik tijdens bepaalde periodes nog op scherp. De laatste jaren is het echter zo geweest dat ik er

geen punt van maakte om 70-80 uur per week – tijdens een bepaalde periode was dat zelf 115 tot 125 uur – te werken. Het is vanzelfsprekend dat de motivatie voor het vissen dan aan de lage kant staat. Gezien het explosieve karakter van een van mijn ex-geburen zal daar in 2000 niet zo overdreven veel verandering in komen. Ik heb echter voor mezelf uitgemaakt dat van zodra het huis van mijn ouders heropgebouwd is* – wat ik trouwens als mijn plicht beschouw en het is vanzelfsprekend dat dit primeert boven aan de waterkant te zitten – ik mijn aandacht terug meer zal toespitsen op het vissen. En wie weet kom ik dan niet terug in mijn oude stramien. Ik probeer steeds het volle pond te geven bij gelijk wat ik doe en soms grenst dat aan het maniakale. Er zijn dus de laatste jaren enkele verschuivingen van interessepunten of verplichtingen geweest.

* nvdr: Het huis van Ronny’s ouders werd letterlijk uit mekaar geblazen toen een van de buren net iets te uitbundig met gas in de weer was geweest.

 

10 Nog ambities in het karpervissen of heb je intussen alles wel gehad?

Natuurlijk heb ik nog ambities, maar ik houd ze liever voor mezelf. Ik wil geen onnodige druk van buiten af – al hoewel dat ik denk hier vrij immuun voor te zijn – creëren. Met gewichten van de karpers heeft het niet echt meer te maken. De kans dat ik mijn P.B. ooit nog eens zal verbeteren is heel klein. Op dit ogenblik weet ik niet waar ik dit zou moeten doen in België. En in het buitenland worden je vangsten door te veel externe factoren, waar je zelf geen controle over hebt, bepaald. Daarom beschouw ik de zwaargewichten die daar worden gevangen eerder als toevalstreffers – het kan even goed een knolletje zijn dat er met je haakaas vandoor gaat – dan als de resultaten van doordachte strategieën. De factor gewicht heb ik daarom (misschien voorlopig) naast me neergelegd. Op dit ogenblik is de manier waarop ik een vis vang of zijn schoonheid van een primair belang t.o.v. zijn gewicht. Een dertig ponds volschub daarentegen – ik heb ze reeds gevangen tot bijna twintig pond zou mij wel tot uitzonderlijke geestdrift kunnen aanzetten. Zeg nu zelf, ‘Chaos’ is te mooi om de rug toe te keren en op het juiste ogenblik zal hij (of zij) mijn ambitie wel aanflakkeren.

Als er dan toch iets is wat ik in een iets verdere toekomst, dan spreek over 1 â 2 jaar, zie zitten is het bijvoorbeeld helpen uitbouwen van een jeugdcel binnen de karpervisserij. Tenslotte zijn zij toch de toekomst van onze sport en vind ik dat ze op zijn minst het recht hebben op een degelijke begeleiding.

 

 

 

11 Wat is je favoriet manier van karpervissen en waarom?

Mijn favoriete manier van vissen hangt nauw te samen met de plaats waar ik aan de slag ga. Indien ik in het buitenland ga karperen zal het eerder een ‘Hit and Run’ methode zijn die ik zal toepassen. De karpers of in ieder geval de veelbelovende stekken worden eerst opgespoord en daar omheen wordt een strategie gebouwd. De aanbeten komen dan normaal vanzelfsprekend.

Vis ik echter op thuiswateren – iets wat de laatste jaren eerder uitzondering dan regel was – dan zal ik waarschijnlijk achter een targetvis aanzitten. Het is evident dat indien je je zinnen hebt gezet op een bepaalde karper je als het ware aan het water moet leven. Zelf indien ik dan niet aan de waterkant te vinden ben zal ik steeds contact onderhouden met de jongens die deze wateren bevissen. De bij elkaar gescharrelde stukjes informatie zijn onderdelen van een puzzel die dan zorgvuldig in elkaar wordt gepast tot wanneer er zich een cordon sanitair omheen de karper sluit. Zijn downfal is dan nog slechts een kwestie van tijd en geloof me dit kan zeer snel gaan. Het is evident dat bij deze manier van karpervissen, in tegenstelling met de ‘Hit and Run’ methode, de aantallen van geen tel zijn.

Het jagend karperen waarbij eerst de karper op zicht wordt gevonden en dan ‘instant’ wordt belaagd is een heel intense manier van karperen. De adrenaline junky in mij vraagt steeds om meer van dit soort psychotrofische toestanden. Ik heb nog wel een paar ‘trips’ te gaan vooraleer ik mijn overdosis zal hebben gehad.

 

12 Je bent al jaren verbonden aan Nashbait. Is jullie verhouding puur zakelijk of eerder vriendschappelijk?

In oktober 1991 werd me door Sensas een sponsorcontract aangeboden en gedurende 1 jaar heb ik dan ook onder Franse vlag gevaren. In de loop van dat jaar bleek al snel dat we toch niet echt op dezelfde golflengte zaten en besloten we van beide kanten om onze samenwerking te beëindigen. Kort daarop zag ik in Carpworld een advertentie waarin Kevin om fieldtesters vroeg en ik heb daarop gereageerd. Nashbait is trouwens de enige firma waar ik zelf ooit contact heb mee gezocht. We spraken af op de karperbeurs in de buurt van Zwolle en bij onze eerste persoonlijke ontmoeting – een paar jaar eerder was ik hem tegengekomen op een andere karperbeurs – had ik een gepaste openingszin voor Kevin. Ik zei ‘Kevin, I thought the first time I saw you that you were a dickhead’. De

uitdrukking op zijn gelaat was geld waard, maar blijkbaar kon hij het best vinden met ‘that f. g little

Belgian a…. e’. Sinds die eerste ontmoeting is onze relatie van puur zakelijk naar zuiver
vriendschappelijk geëvolueerd. Als ik in Engeland vertoef en ik zit om een bedstee verlegen dan weet ik dat ik bij hem en Sue steeds terecht kan en vica versa is dat ook zo. Ik heb hem in al die jaren ook als mens leren kennen en begrijp nu ook aan wat voor druk – wat dan soms weer impulsieve reacties van hem tot gevolg had – hij de laatste jaren heeft blootgestaan. Ik mag hem heel graag.

 

13 Hoe belangrijk is die connectie met Kevin Nash voor je?

Voor mij is iedere connectie met een vriend belangrijk en dat is met Kevin niet anders. Aan de andere kant hebben we ook een duidelijk afspraak dat, er indien er zich een firma aanmeldt met een aanbod waar ik niet omheen kan, ik zonder enig probleem en zonder dat er aan onze vriendschap daarom een einde moet komen kan uitwijken. Verder veronderstel ik dat Kevin er wel voor iets tussen zit dat ik een contract als technisch adviseur heb kunnen afsluiten met Ultimate Hengelsport. Je begrijpt dat eventueel geïnteresseerde firma’s met goede papieren over de brug zullen moeten komen wil ik andere winden gaan opsnuiven. Trouwens de afgesproken periode wordt wat mij betreft sowieso toch geëerbiedigd. Een woord is een woord en dat verbreek ik niet voor een habbekrats meer – zoals ik via via vernomen heb zou het eerder stukken minder dan meer zijn. Maar zoals ik al zei ben ik steeds bereid tot luisteren, een neen hebben ze reeds en een ja kunnen ze misschien van mij krijgen. Maar laten we heel duidelijk wezen dat de eerste die iets zal vernemen over een mogelijke aanbieding en een eventueel cont(r)act met een andere firma Kevin zal zijn. Fairplay en eerbied zijn het minste wat je ten overstaande van een vriend kan laten blijken. Wie via achterbaks en geheimzinnig gedoe zijn weg naar mij tracht te vinden is aan het verkeerde adres. Er lopen al genoeg mensen rond die zich prostitueren en persoonlijk zie ik het echt niet zitten om tot deze groep te behoren.

 

14 Dat de Squid mix één van de beste boiliemixen op de markt is staat buiten kijf. Waarom is dat volgens jou? Heb je enig idee van de ingrediënten?

Er zijn meerdere Kevin Nash Squid boiliemixen op de markt en allemaal werden ze met een bepaalde achterliggende gedachte samengesteld en getest. Afhankelijk van de soort squidmix zullen de samenstellingen inderdaad iets verschillen. De meeste van de karpers die we de voorbije jaren hebben gevangen kwamen er aan de All Season Squid mix. De naam is alleszeggend m.a.w. we – de een al een beetje meer dan de andere – gebruiken hem het gehele jaar door en de karpers lusten er blijkbaar wel pap van.

producten in te verwerken die hun weg zonder moeilijkheden in de menselijke consumptie keten zouden vinden. Zelfs op de kwaliteit van de eieren (voor de KN-boilies dan) worden geen toegevingen gedaan. Waarom is dit nu weer belangrijk? De hygiëne en de houdbaarheid – lees: het al dan niet moeten toevoegen van allerlei anti-oxidanten. (Welke dan weer allerlei negatieve invloeden hebben op de kwaliteit van het product. Ik denk niet dat het hier nodig is om uit te leggen dat je op een gegeven ogenblik in een vicieuze cirkel kan terecht komen) van de mixen of boilies. Melen of poeders die in de dierenvoeding worden verwerkt zijn dikwijls van bedenkelijk allooi. Gezien de recentelijke schandalen in België (en de omliggende landen) hoef ik hier waarschijnlijk geen tekeningetje bij te maken.

In grote lijnen ken ik inderdaad de samenstelling van de squid mixen en ik wil enkel kwijt dat er een (paar) product(en) – ander smaak, structuur enz. – in verwerkt zitten die je (naar alle waarschijnlijkheid) niet onmiddellijk terugvindt bij ander boilieproducenten.

 

15 Het Nash-team put al jarenlang uit vele uiterst getalenteerde karpervissers (Terry Hearn, Phil Cottenier, Luc Coppens, Sven Hoebeeck, Jo Mebis, de lijst is lang…). Is dat toeval of gewoon een voor de hand liggende zaak?

Toeval is dat zeker en vast niet. In feite wordt er aan een beetje prospectie gedaan en zodra er een witte merel de kop opsteekt wordt die, zonder dat het eigenlijk veel opvalt, van heel nabij gevolgd. Krijgt hij een positieve beoordeling, en nu gaat het eventjes niet alleen om het vangen van grote karpers alleen, dan wordt er meestal door mezelf met Kevin contact opgenomen en indien hijzelf – dikwijls moet ik me (en dat is voor mij meestal geen probleem) van de domme houden indien de aandacht voor het Nash-team te sterk uit die richting komt – op één of andere manier interesse heeft laten blijken is de zaak meestal snel beklonken. In Engeland is het Jeff Pink die zijn oog en oor te kijk en te luisteren legt. Het was hij dan ook die Terry, vooraleer deze een mythe werd, bij het Nash gebeuren betrokken heeft. Achter de schermen wordt er best wat werk verzet en indien je zo nu en dan eens een succesje boekt dan smaakt dit nog zo zoet.

 

16 Aan welk profiel moet een Nashfieldtester beantwoorden? Ik zal eerst zeggen waar hij niet moet aan beantwoorden.

Iemand die om een of andere reden aangebrand is komt er niet in. Wanneer is iemand aangebrand? Aangebrand ben je op het ogenblik dat je met het overgrote deel van je omgeving overhoop ligt. Meestal getuigt dit ergens van een sociaal of geestelijk mankement. Aangebrand ben je eveneens indien je Nash als een derde of vierde tussenstap ziet in een rijtje van tien of meer sponsorships. Wie zich in die situatie bevindt kan onmogelijk als geloofwaardig worden bevonden. Vroeg of laat komen hier toch maar problemen van. Afschrijven dus!

In principe gaan we daarom ook niet rekruteren bij andere firma’s. De eerste stap zal in dit geval van de visser in kwestie moeten uitgaan. Hij zal ten eerste over goede papieren moeten beschikken, een goede reden moeten kunnen opgeven waarom hij van stal wilt veranderen, een verrijking voor de groep moeten zijn, aanvaard moeten worden door de groep en tevens moet hij het spel eerlijk spelen naar zijn vorige sponsor toe (ik maak er namelijk een erezaak van dat ik met de meeste conculega’s een normaal gesprek kan voeren zonder dat er enige wrijving in de lucht moet hangen). Indien dan ook Phil, als lid van het eerste uur, en Kevin hun fiat geven dan is de zaak zo beklonken.

Voor de rest maakt iedereen die een positieve uitstraling voor Nash Bait & Tackle kan zijn kans om tot de groep toe te treden. Zelfs na grondig screenen worden er soms nog fouten gemaakt en moet je na verloop van tijd constateren dat je je in iemand hebt vergist.

Op dit ogenblik zijn we met zes – indien je Luc Coppens (vist nu voornamelijk op roofvis) meerekent zelf met zeven – en ik denk dat het daar voorlopig bij blijft. Voor wie er nog mocht aan twijfelen – in tegenspraak met de gossip dat werd rondgestrooid – blijft Phil waar hij is.

Ik vind het eveneens belangrijk dat de persoon in kwestie links van de baan kan rijden en de precieze werking van een rotonde kent, want ik ben niet van plan mijn leven te wagen wanneer ik met een collega lid naar Hockley op weg ben.

 

17 Welke is je favoriete montage en waarom?

Ik heb niet zoiets als een favoriete montage. Ik probeer alles zo simpel mogelijk te houden en dat is al moeilijk genoeg. Het is vanzelfsprekend dat ik het ene jaar overwegend met een andere rig t.o.v. het jaar ervoor of erna zal vissen. In principe dus zo eenvoudig mogelijk als de situatie het toelaat. Ik heb in meer dan ander half decennium zowat iedere – op de scorpio en zijn broertje na – rig geprobeerd. Bij de karpers die langskwamen heb ik me steeds afgevraagd of ik hen dankzij of ondanks het gebruik van een welbepaalde rig had gevangen. Veel karpers had ik waarschijnlijk ook op een andere montage aan de haak gekregen. Er is natuurlijk een tijd geweest waarin ik vooral aan de slag ging met een combi link in combinatie met een D-rig. Dit omdat ik alle sterke punten van enerzijds een stijve en anderzijds een soepele onderlijn wou combineren. De beste montage is nog altijd vertrouwen in het aas en hoe je zoiets voor elkaar krijgt moet je maar lezen in Luc zijn boek.

Rest me enkel nog om jullie het allerbeste voor 2000 toe te wensen en mag je die kanjer waar je al een tijdje achteraan zit nu eindelijk eens gaan vangen.