Interview met John Van Eck (magazine 13, juni ’99)

Op verzoek van velen, een interview met Frankrijkpionier bij uitstek, Nederbelg en liefhebber van gouden amber. AVK-er en KSN-er, VBK-rotarist en uiterst succesvol kanjerjager. ‘The Dutch Hutch’ toekomstig geheelonthouder (grapje) John Van Eck

 

John, je maakt er geen punt van om er voor uit te komen dat je vrijwel uitsluitend met ready mades vist. Ik neem aan dat het een bewuste keuze is die niet louter en alleen berust op gemakzucht. Vanwaar ready mades? Heb je nooit het idee gehad dat je er jezelf, vangstgewijs dan, tekort mee deed?

 Gemakzucht zit er zeker in. Het lijkt  gewoon zo te zijn dat naarmate je  ouder wordt, je steeds minder tijd  krijgt. Draaide ik vroeger moeiteloos  iedere dag boilies als ik aan het voeren  was, nu red ik dat gewoon niet meer,  mede omdat andere dingen in het  leven ook meer tijd gaan opeisen.  Vroeger was je enkel en alleen  geobsedeerd door karper. Misschien  heeft trouwens fanatisme er ook wel  mee te maken. Een andere reden was  dat toen ik ready mades ging gebruiken ik zoveel trips naar Frankrijk maakte, dat er van boilies draaien weinig kwam. Daarbij kwam dan ook nog dat je allerlei trucs moest uithalen om de boilies voor langere tijd goed te houden.

Dan de vraag vanwaar ready mades? Laat ik eerst even voor het goede begrip uitleggen wat ik dan onder ready mades versta. Voor mij zijn ready mades kant en klaar gerolde boilies van een mix die samengesteld is door een fabrikant en die door iedereen voor een redelijke prijs in de winkel te kopen zijn. Vooral om dit laatste gaat dan de hele discussie, overigens heb ik hierover niet zo lang geleden al behoorlijk wat papier volgeschreven voor De Karper, het blad van de Nederlandse KarperStudiegroep. Ik heb de discussie hierin ook was zwaarder aangezet om juist reactie uit te lokken.

Het belangrijkste argument van degenen, die dan andere boilies dan ready mades gebruiken, is dan altijd dat voor de prijs waarvoor de fabrikant de ready mades moet produceren deze nooit kunnen concurreren met zelfgemaakte boilies of gesponsorde boilies of boilies van eigen mix gerold door een fabrikant.

Tuurlijk zit hier best wat in, maar in het verleden is ook meer dan duidelijk gebleken dat het duurste aas niet automatisch het beste vangt. Hoe duur moet aas zijn om goed te vangen? Ik wil op deze plaats wel direct benadrukken dat ook ik niet iedere willekeurig ready made aan mijn hair prik. Ook de ene ready made is de andere niet (conserveringsmiddelen!). Ik heb een merk ready made gevonden waar ik alle vertrouwen in heb m.b.t. de visserij die ik beoefen.

Voor zowel ready mades als zelfgemaakte boilies zijn zowel argumenten voor als tegen te verzinnen. Bij ready mades kan de fabrikant groot inkopen en dus goedkoper inkopen. Een fabrikant is beter is staat om de kwali-teit van zijn producten te bewaken dan iemand in de keuken. Tevens zal er toch gevangen moeten worden op de boilies anders keert de klant niet terug. En als laatste punt voor de ready mades zou ik willen aanhalen dat een fabrikant zijn recepten op basis van de ervaring van de fieldtesters beter kan ‘fine tunen’ dan een enkeling dit kan.

Ik hoor bijvoorbeeld weleens verhalen van jongens die in de winter een berg mix, flavours, enz. inslaan en dan op papier een mix samenstellen en vervol-gens wordt er klakkeloos 100 kilo gerold, dan stel ik me toch een aantal vragen. Hoe weten ze in vredesnaam of deze boilies het ook goed doen bij de karper? Een bewezen ready made is dan net zo makkelijk denk ik zo.

Maar die prijs hoor ik nog steeds veel roepen. Ik zit hier ook niet om jullie te overtuigen als je overtuigd bent van de zelfgemaakte boilies of de boilies geleverd door de sponsor moet je hier absoluut mee doorvissen. Vertrouwen is tenslotte waar het omdraait. Ik heb alleen mijn mening gegeven.

Heb ik het gevoel dat ik mij met ready mades vangstgewijs tekort doe? Nee niet echt, mijn vissen van KK 7-8, Lac de St. Cassien, Vlaggenwater, Lac de Forêt d’Orient, Sarulesti, enz. kwamen allemaal op ready mades die voor iedereen te koop zijn. En dit zijn toch niet allemaal maagdelijke wateren met voedseltekorten? Tevens heb ook nauwelijks situaties meegemaakt waar ik ‘eruit’ werd gevist, waarbij ik het gevoel had dat het aan het aas lag.

 

Denk je dat jouw ready mades voercampagnegewijs gezien, kunnen concurreren met het toch wel duurzame aas dat doorgaans op de Belgische circuitwateren wordt gebruikt?

Goed punt, in de vraag over de ready mades, zei ik al ‘voor de visserij die ik beoefen’ en dit is tegenwoordig altijd een instantvisserij. De afstanden naar België, laat staan Frankrijk zijn niet van dien aard dat lange, zware voercam-pagnes een reële optie zijn. Voor de instantvisserij voldoen voor mij, zoals al uit de doeken gedaan, de ready mades uitstekend. Mocht ik weer aan grote voercampagnes beginnen dan moet ik heel eerlijk zeggen dat ik mijn twijfels heb over de ready mades.

 

Je hebt enkele uitzonderlijke zware vissen op je naam staan waaronder ‘Arthur’ en ‘Big Bertha’ van het Vlaggenwater alsook een zestig ponder uit Forêt. Ik neem aan dat er meer in het spel is dan enkel en alleen vissen waar ze zitten. Is het feit dat je er dikwijls in het beginstadium van de ont-dekking van een water bij bent van een doorslaggevende rol of is er meer in het spel.

Op het Vlaggenwater was het inderdaad een zeer belangrijke factor dat ik er razendsnel bij was en daar ligt zeker een deel van het succesvol zijn in Frankrijk. Voldoende contacten opbouwen is zeker een motto. Alhoewel dat ik moet zeggen, dat als ik erop terugkijk en ik alleen gefixeerd zou zijn geweest op grote vissen dat ik er dan onvoldoende gebruik van heb gemaakt, maar het pioneren en het bevissen van rustige wateren gaf mij toen meer voldoening. Terwijl ik nu meer bereid ben om tussen de ‘meute’ te gaan zitten, hoewel dit ook weer niet te gek moet worden.

Om een voorbeeld te noemen waar ik het enigszins heb laten liggen is bijvoor-beeld Beaumont de Lomange. Ik denk dat weinige kunnen zeggen dat ze al in 1992 rond het water gewandeld hebben en ook het potentieel kende, maar ik heb er nooit gevist omdat mij het water gewoon niet aanstond. Ik heb daar ook geen spijt van, maar dat het mij grote vissen heeft gekost weet ik zeker.

Forêt was eigenlijk een zelfde verhaal. Eind 1992 verscheen er een verhaal in de al snel ter ziele gegane Viskrant met waarin een vijftig- en veertig ponder voorkwam. De naam van het meer werd niet genoemd, maar natuurlijk zoemde het direct in de circuit. Via via kom je er dan toch achter. In diezelfde winter waren we bij Luc de Baets voor een interview voor De Karper ook hij had natuurlijk de geruchten opgevangen, maar hij dacht dat het Lac de Madine was, maar uiteindelijk was hij er ook snel achter waar het wel was en liet even zien hoe het moest in 1993, zeg maar het ontginningsjaar van Forêt, het ontginningsjaar is op een water is altijd het beste, dan worden er vangsten geboekt die in de jaren erna niet meer herhaald worden op die schaal. De eerlijkheid gebied mij wel om te zeggen dat er ook al mensen zaten te vissen begin jaren ’90, maar in 1993 kwam de grote meute, hoewel dat nog wel voornamelijk de insiders waren, en wat deed ik? Ik viste er dat jaar preciers 1 week in juli. Pas in 1995 heb ik het toen echt goed aangepakt, ik heb toen een maand in het najaar op de zogenaamde Peppiestek gezeten, alles was tot in de puntjes voorbereid, deze sessie leverde mij ook de zestiger op.

Saillant detail van zowel Arthur, Big Bertha en de zestiger was dat ik ze op stekken ving waar geen andere vissen vandaan kwamen. Big Bertha en Arthur kwamen binnen zes uur van een zelfde plek op een grindhoop, die karper schreeuwde. Voor de rest van de week ving ik op deze plek absoluut niks meer. Terwijl er andere plekken op het Vlaggenwater waren waar je veel meer karper ving, maar met name kleineren.

Belangrijkste voor het vangen van grote karper blijft toch het bevissen van de juiste wateren op de juiste plekken en eventueel juiste tijd en hou te alle tijde ogen en oren open.

 

 Je bezocht eveneens het  Sarulestimeer oftewel Raduta in  Roemenie, was dat een interessante  ervaring en bracht het vangstgewijs  iets op?

 Interessante ervaring, zeker, in alle  aspecten. In april van vorig jaar kreeg  ik al de aanbieding om mee te gaan,  maar gelukkig kon ik sowieso niet wat  de beslissing makkelijk maakte, want  ik twijfelde enorm. De enorme  spiegels en schubs waren zeer overtuigend, maar ik kende ook al die commerciële praatjes en de aantallen die genoemd werden waren moeilijk te controleren. Tenslotte was Roemenie te ver weg en het vissen te duur om daar achteraf achter te komen. Tevens had ik er wel een beetje een probleem mee om zo’n BEF 20.000 te betalen om op een meer te mogen vissen.

In september en oktober gingen Rod Hutchinson en Mally Roberts met wat andere jongens van het inmiddels bekende Rod Hutchinson Dream Team naar Raduta, dus op zijn minst zou er wat leuk gezelschap zijn en uiteindelijk ging ik door de knieën voor een trip in september en oktober.

Ik had nog nooit gevlogen, maar dat was niet iets waar ik mij druk over kon maken. Probleem van vliegen was wel de beperkte bagage die je mee kon nemen. Maximaal 20 kilo bagage plus handbagage was wat ik mee kon nemen. Voordeel was wel dat Robert Raduta, de uitbater van het meer, voor tent, stretcher, eten (als het zo mag noemen, maar goed, dat weet je van tevoren, dus daar moet je ook niet over klagen), maïs, Coleman brander en een zware roeiboot per twee man zorgde.

Maar toen ik het een en ander ging wegen werd het wel duidelijk, rugzak 2 kilo, slaapzak 4 kilo. Ik was al zes kilo kwijt en ik had nog niks van mijn werkelijke materiaal. Uiteindelijke redde ik het met 20 kilo bagage en 20 kilo handbagage, welke je dan op het vliegveld op slinkse wijze het vliegtuig in moet krijgen, maar dan nog is hetgeen wat je mee kan nemen echt het absolute minimum.

Aankomst in Roemenie en de rit naar het meer zijn een beleving op zich, misschien wijd ik naar nog weleens een artikel aan.

De visserij op zich is saai, het is een groot redelijk kaal meer, de middelen om te verkassen zijn klein. Ook liepen de vissen niet erg die eerste week in september, toch wist ik er nog vijf te vangen waarvan de grootste 11 kilo, tevens verspeelde ik er nog een aantal, als gevolg van losschieters, waar ik enigszins van verbaasd stond, want normaal gesproken verspeel ik maar heel weinig. Ook de anderen vingen weinig, waaronder Rod, Martin Clarke en Steve Briggs, toch ook niet de minsten. De meesten eindigde met een paar vissen. Grootste vis die gevangen werd tijdens mijn verblijf was een schitte-rende schubkarper van 27 kilo, maar de tweede grootste vis was gelijk een stuk kleiner met 16 kilo.

De graskarpers waren een ware plaag, wat een stomme beesten zeg, zodra je daar met maïs aan de slag gaat dan kan je ze vangen hoor, en zeer respectabel formaten, maar daar kwam ik in ieder geval niet voor. Wat me verder irriteerde was het gebrek aan voldoende materiaal, waaronder een goede boot met elektromotor, dit vond ik een zware beperkende factor.

Tijdens die eerste trip had ik wel een goed idee gekregen van de betere stekken waar ook de grote vissen werden gevangen. Ik had dan ook een redelijk goed plan voor de oktober trip, tevens had ik een boot en motor voor mij alleen geregeld voor die trip. Ook had ik door het achterlaten van wat materiaal er voor gezorgd dat ik wat meer materiaal tot mijn beschikking zou hebben die oktober trip, maar helaas het kwam er niet van, ziekte, werk en een aantal factoren deden mij besluiten de trip maar af te zeggen.

Anno 1999 heb ik weinig behoefte terug te gaan of het zou voor drie weken met volledige uitrustig met de auto moeten zijn, maar de autorit schijnt een hel te zijn. Ook de wijze waarop het meer gerund wordt en de bedragen staan me tegen. Ik zie me dan ook niet zo snel meer teruggaan, maar wie weet. Ik moet ook zeggen dat ik niet verwacht dat een nieuwe vis het wereldrecord op korte termijn gaat verbreken. Als het wereldrecord weer verbroken wordt dan zal het naar mijn mening dezelfde vis zijn.

 

Verricht je nog steeds pionierswerk of beperkt je je heden ten dage meer tot waters waarvan algemeen gekend is dat de grote vissen er zitten?

Zoals al gezegd bij de vraag over de zware vissen vis ik de laatste vijf jaar veel meer op wateren waarvan bekend is dat er grote vissen rondzwemmen en dus automatisch meer druk kennen en je dus tevens ook niet alleen tegen de karpers vist maar ook tegen andere karpervissers, dit heeft zo zijn schaduwkanten, maar als je grote vissen wilt vangen is dit nagenoeg onvermijdelijk. Pioneren is mooi en heeft meer met het echte vissen te maken, maar qua vissen moet je over het algemeen met minder en minder groot rekening houden, vang je dan echter een monster dan is de voldoening wel enorm groot. Een andere vraag die je kan stellen is natuurlijk of er nog wel te pioneren valt, het aantal wateren waar in Frankrijk nog niet op karper gevist wordt daalt de laatste jaren drastisch.

Ik probeer nog steeds het vissen op circuitwateren af te wisselen met het vissen op wateren die minder in de belangstelling staan. Met name op de momenten dat ik succesvol ben geweest op een circuitwater doet me vaak weer pioneren. In 1997 bijvoorbeeld heb ik na de Gigantensessie op het Vlaggenwater hier nog een week gevist en ben toen weer gaan pioneren met als belangrijkste resultaat een 17 kilo vis. Dat is wel even een verschil, maar je moet dit niet absoluut vergelijken, maar relatief.

 

Kan je ons iets vertellen over je speciale band met rivieren?

Ja, dat is eigenlijk gewoon zo gegroeid. In Nederland waren toentertijd de rivieren zo’n beetje het ultieme einddoel van een karpervisser, dit bleek trouwens heel anders te zijn.

In Frankrijk had je natuurlijk altijd al het verhaal van de vis van Marcel Rouviere van de Yonne die tot de verbeelding sprak en na een bezoek aan het voormalige Dream lake had de sfeer van dit gebied met de Yonne en de Seine mij te pakken, daarnaast begon toen de wintervisserij in Frankrijk bij de centrales en die lagen over het algemeen ook aan rivieren. Ik heb toen heel wat rivieren bezocht. Eigenlijk heeft deze wintervisserij mij ook in de zomer op de rivieren gebracht, hoewel de hoeveelheid geviste uren op de rivieren in Frankrijk nog best meevalt. Ik ken mensen die er heel wat meer gevangen en gevist hebben. Voor mij zijn de rivieren altijd weer een verfrissende karperervaring na de soort ‘zeevisserij’ op bijvoorbeeld Forêt. Lekker weer ingooien en een zeer intieme, romantische karpersfeer, waar het toch een beetje aan ontbreekt op de grote meren in Frankrijk.

 

Hoe komt het dat je zo frequent op Belgische bodem bent terug te vinden? Heeft dat iets te maken met de rijkdom aan bieren die ons land kent, betreft het een voorliefde voor Belgische volschubs of is het echt allemaal te herleiden tot puur karpervissen?

Dit stamt eigenlijk al uit een ver verleden, 1984, 1985 toen ik lid werd van de BKSG. Mijn regio was toen Antwerpen en de vergaderingen en vooral de Fishins van regio Antwerpen waren altijd reuze gezellig. Regio Antwerpen is altijd blijven bestaan ook al toen de BKSG officieus ter ziele was en ook daarna. Toen het VBK kwam is de naam Regio Antwerpen gewijzigd in AVK (Antwerpse Vereniging van Karpervissers). Hoewel er zo af toe ook gedonder en gezever in de gelederen is, is er voor mij altijd voldoende overgebleven om de meetings regelmatig te bezoeken, hierdoor worden bepaalde mensen onvermijdelijk vrienden. Op deze manier hou je ook voeling met de Belgische karperscene en het is nu eenmaal een feit dat er meer grote spiegels in België rondzwemmen dan in Nederland. T.a.v. volschubs moet ik eerlijk zeggen dat daarover in Nederland ook niet te klagen is, maar het Antwerpse nachtleven is zeker ook niet verkeerd.

Gezien de Belgische vrienden en grote karpers is de verleiding om dan ook eens een hengel in België uit te werpen natuurlijk groot en als ik heel eerlijk ben spreekt de Belgische scene me meer aan dan de Nederlandse scene. Ik beschouw mijn bijnaam Nederbelg dan ook als een eer.

Of de Belgische bieren ook een rol gespeeld hebben? Als ik geloofwaardig wil blijven moet ik daar een volmondig ‘ja’ op antwoorden. Duvel, Hoegaarden, Palm, Verboden vrucht (mooie naam hè), Trappist om er maar een paar te noemen mogen bij tijd en wijle met graagte mijn keel strelen. Hoewel ik de laatste tijd ook een beetje naar een bepaalde whisky neig.

 

Het is een publiek geheim dat je een ‘verdoken fieldtester’ ben van Hutch. Wat spreekt je speciaal in hem aan?

Om met het laatste deel van de vraag te beginnen. Het is een levensgenieter. Uitermate goed gezelschap aan de waterkant, maar ook aan andere oevers. Zijn ‘clumsiness’ is vaak lachwekkend, wat dat betreft vormen Mally en Hutch het perfecte jaren zestig koppel, ze vullen elkaar goed aan. T.a.v. het vissen is de scherpte er een beetje van af, maar mag je anders verwachten van iemand die in de vijftig al aardig op weg is? Het gewoon aan de waterkant zijn is al heel belangrijk.

Het eerste deel van de vraag is onjuist. Rod is in de loop der jaren een zeer goede vriend van me geworden (als ik dat mag zeggen). Feit is ook dat Rod al die jaren een eigen aas en materiaalfirma heeft gehad. Blijkbaar kan je niet bevriend zijn met iemand die gelieerd is aan een bepaalde firma zonder daar zelf mee besmet te raken.

Ik geef trouwens toe dat ik ook zelf medeverantwoordelijk ben voor het scheppen van dit beeld door in een aantal catalogi van Rod Hutchinson Fishing Developments een aantal artikelen te schrijven, waarbij de eerste artikelen inderdaad ‘fieldtestreports’ waren, maar dit is al wat jaartjes terug. Dit was met name ingegeven door een toenmalige karpervriend van me die het wel interessant vond om flavours te kunnen testen. Als ik zoiets doe dan probeer ik het ook goed te doen, vandaar de artikelen toentertijd.

Heden ten dage gebruik ik maar in beperkte mate aas van Rod, niet dat het aas, enz. niet goed zou zijn, de meeste firma’s brengen tegenwoordig goed spul op de markt, maar vanwege het gebruik van de ready mades. Qua materiaal gebruik ik redelijk veel van Rod, hier heb ik overigens altijd voor betaald, misschien niet de winkelprijs, maar is dat zo vreemd tussen vrienden? Het is wel zo, dat als ik verbeter ideeën heb t.a.v. bepaalde producten ik deze doorgeef, maar dit is vanwege het feit dat ik het beste met Rod voor heb. Ik heb dus geen sponsorcontract of iets dergelijks, dat wilde ik ook niet. Ik zeg niet dat het er nooit van komt, maar tot op heden vond ik het uitermate prettig om mijn eigen weg te kunnen gaan, zonder uithangbord te zijn van een bepaalde firma. Hoewel hieraan, mits het netjes gebeurt, niets mis aan is.

Als er nu nog mensen roepen, ‘ja, ja, dat verhaal kennen we, die gozer wordt dik gesponsord’,  dan is mijn reactie, ‘ik lig er niet van  wakker hoor’.

 

 Hoe komt het dat je niet meer op  Nederlandse bodem je ding doet?  Gebrek aan motivatie? De vissen  van Nieuwkoop zijn toch van een  aard die zelf een kanjerjager als jij  moeten doen watertanden?

 Het is een beetje kiezen of delen. Als  ik moet kiezen tussen een behoorlijk  aantal trips per jaar naar Frankrijk of een seizoen goed doorvissen in Nederland dan kies ik op dit moment toch voor Frankrijk, ook voor het land. Visserij in Nederland en Frankrijk combineren is gezien de hoeveelheid trips die ik maak niet echt gemakkelijk. Ik moet ook zeggen dat als ik thuiskom van een Frankrijktrip niet echt staat te springen om het volgende weekend gelijk weer aan de waterkant in Nederland te zitten. Dit heeft inderdaad met motivatie te maken, maar ook met het feit dat de wateren waar een redelijke kans bestaat op een 20 kilo vis toch ook weer op een redelijk afstand van mijn huis liggen. Ik heb niet echt een water vlakbij mijn huis, waar ze rondzwemmen, behalve de rivier, maar hier heb je weer andere problemen.

De plannen zijn er wel ieder jaar en meestal vis ik ook ieder jaar wel een aantal sessies in Nederland, maar nogmaals het is een beetje een keuze, misschien dat het er dit jaar van komt. Niet op Nieuwkoop trouwens, want om een of andere reden trekt mij dit water toch niet, tevens heeft er afgelopen jaar een vissterfte plaatsgevonden.

Wat me wel deugd doet is dat ondanks onze 25% wildbloedhybride en het overmatig uitzetten van karper in jaren zeventig en tachtig in Nederland er toch steeds meer grote vissen gevangen worden.

 

Hoe zie de ideale volschub er volgens jou uit?

Lang, slank postuur met lange benen, mooie strakke billen, weelderige natuurlijke (geen siliconen) stevige borsten, intelligent, brunette of blond is niet zo belangrijk, belangrijker is de uitstraling van haar persoonlijkheid. Nog belangrijker is natuurlijk dat ze van vissen moet houden, niet te beroerd zijn om met vismateriaal kniediep door de modder te sjouwen. Een week in het kleine oppervlak van een bivvy terwijl het dagenlang stortregent kunnen doorbrengen. Bij minus 10 graden Celsius niet gaan klagen dat het koud is. Het dierenrijk van bij uitstek Forêt op waarde weten te schatten, vliegen, muggen, mestkevers, slangen, everzwijnen, kikkers, wespen, dazen enz. Je vroeg toch naar de ideale…

 

Hoe erg vind je het te weten dat je onze weddenschap omtrent het al dan niet opnieuw gaan karperen van Luc De Baets dreigt te verliezen?

Ik weet Alijn dat je dit al bijna als een feit beschouwt, maar daar ben ik nog niet zo zeker van. Ten tweede bestaat er wat verschil over de interpretatie van onze weddenschap en ten derde is jouw rol in het geheel wat dubieus.

Eerst over de interpretatie, volgens mij was de weddenschap dat Luc zich weer met nieuw elan op de karpervisserij zou storten, in mijn optiek is dat meer dan een weekendje karperen! Maar goed, zelfs dan acht ik mijn kansen nog bijzonder hoog, inmiddels heb ik namelijk wat geheime wapens ingezet.

Tenslotte over jouw rol, als het dan over een weekendje karperen moet gaan is het toch uitermate flauw dat juist degene waarmee ik gewed heb Luc mee uit karperen neemt. Spelvervalsing? Ach, de Duvel zal sowieso goed smaken.

Nu even serieus, ik vind het jammer dat Luc de karpervisserij de rug heeft toegekeerd, zijn redenen begrijp ik echter wel. Niet iedereen zal dit met me eens zijn, een groot aantal zullen blij zijn dat ze van de ‘lastpak’ De Baets verlost zijn, maar hoewel Luc zeker niet een van de gemakkelijkste was heb ik liever iemand die voor zijn mening uitkomt dan de zwijgende massa. Met zwijgen zal bijvoorbeeld het ziekmakende om zeep helpen en verzetten van karpers echt niet stoppen hoor.

Tevens zijn er niet veel mensen die zoveel parate kennis van karper en het visser erop hebben als Luc. Het doet me dan ook goed om te horen dat Luc weer motivatie gevonden heeft om aan zijn boek verder te werken.

 

Hoe lang vis je al gericht naar karper?

Voor mij is het allemaal echt begonnen in 1983, toen maakte ik de volledige overstap van een bijleggertje op de karper en het vissen op ander vissoorten naar het volledig vissen op karper, alleen een paar trips op meerval zijn daar tussen door gelopen en ook nu voel ik buiten meerval niet zo heel veel behoefte om mijn geluk op andere vissoorten te beproeven.

In 1983 en in de bijleggertijd viste ik nog ouderwets met aardappel en deegsoorten. In 1984 maakte ik de in eerste instantie wat weifelende overstap naar boilies, maar die twijfel sloeg bijna direct om. De taferelen die ik toen meemaakte op met name cultuurwateren zal ik niet snel vergeten. Hengel ingooien op de voerplek, toen nog 10 dagen met 100 boilies, omdraaien om de tweede hengel te pakken en een keiharde run was al een feit. Dat was gewoon ongekend.

Ik weet nog goed dat toen een aantal vrienden mij in 1984 op ons thuiswater (een parkwater) bezig zagen met een hair, lood en boilies, de lachsalvo’s mij door mijn ziel sneden, maar ‘wie het laatst lacht, lacht het best’, is het bekende spreekwoord. Het duurde niet lang of ze kwamen bietsen of ze ook zo’n harde knikker mochten proberen en omgekeken hebben ze nooit meer.

 

Wie heeft je door de jaren heen geïnspireerd of beïnvloed?

Laat ik bij het begin beginnen, de artikelen die mij geïnspireerd hebben om alleen nog maar op karper te gaan vissen was de serie van Rini Groothuis over het seizoen 1981 op het Wilhelminakanaal in De Vissport. Mijn interesse was toen meer dan gewekt. In de winter van 1982/1983 kwam daar het boek van Jan B. de Winter bij en met name ‘het zijn van een karpervisser’, de mystiek en romantiek spraken mij enorm aan, de wilde karper wat minder om eerlijk te zijn. In diezelfde winter kwam het boek Karper en Het kleine karperboek van Rini Groothuis ook op de boekenplank te staan. Hier haalde ik de meeste inspiratie uit t.a.v. materiaal, vistechnieken en tactieken. Mijn eerste voercampagne was er dan ook één met hennepdeeg, zoals beschreven in Het kleine karperboek. De eerste dag na de opening (er was toen ook nog een gesloten seizoen in Nederland) ving ik hierop een 9ponder en een 18ponder op twee verschillende watertjes, dat was fantastisch.

Eind 1983 kreeg ik het boek The Carp Strikes Back van Rod Hutchinson te pakken en dat verslond ik gewoon, keer op keer, wat kan die man schrijven zeg. Dit boek, de vier video’s van Richworth, waarvoor ik helemaal naar Geers hengelsport in Gent was gereisd om deze te zien en wat artikelen van Rini Groothuis in ‘Voor en door de visser’ maakte voor mij de overstap op boilies mogelijk. Later kwam daar het boek Carp Fever van Maddocks bij, waarin mij vooral de volledige toewijding en doorzettingsvermogen aansprak. Daarna verslond ik zoveel mogelijk wat over karper te vinden, maakte niet uit op dat in het Engels of Nederlands was.

In latere jaren hebben de boeken van Rob Maylin mij geboeid. In deze verdienen ook schrijfsels van Jan Junge een vermelding en natuurlijk Joris Weitjens, wat een schrijftalent zeg.

Voor de rest word je natuurlijk altijd beïnvloedt en geinspireerd door de mensen waarmee je in de loop der jaren vist, zij weten zelf wel wie ze zijn. Ik begrijp dat je mijn mening t.a.v. een aantal specifieke Nederlanders nog wil vragen, dus daar komt een en ander  ook nog aan bod.

 

 Ik geef je enkele Nederlandse  (grote) namen die op een of andere  manier van invloed zijn geweest op  het Nederlandse karpervissen en jij  geeft daar spontaan een reactie op.

 Had je lijst niet wat langer kunnen  maken? Tsjonge, wat een lijst zeg. Het  is trouwens ook een gemakkelijke  manier om vijanden te maken in het  toch al zo gevoelige karperwereldtje, ik zal dus proberen spontaan te zijn, maar toch ook met een zekere reserve.

 

Bram Groothuis

Ken hem niet persoonlijk, leek van de twee broers Rini en Bram meer de vanger, terwijl Rini meer de schrijver was. Zijn Beneluxrecord was natuurlijk wel een spraakmakende gebeurtenis.

 

Evert Aalten

Verguisd en geprezen om zijn eerste boek. Zelf heb ik hem leren kennen als een zeer enthousiaste en goed vangende Utrechtse karpervisser. Vist alleen in Nederland. Verdient veel waardering voor zijn inmiddels drie karperboeken op de Nederlandstalige markt. Waarbij zijn ‘Speurtocht naar Giganten’ natuurlijk de kroon spant. Een must voor iedere Nederlandse karpervisser en ook Belgen zullen ervan genieten.

 

Peter Paul Blommers

Ben hem geloof ik twee keer tegen het lijf gelopen toen het vissen al op een lager pitje stond. Was oprichter samen met Rob Schneider van het prestigieuze Nederlandse karperconsortium, enthousiast iemand, fervent karperboekenverzamelaar.

 

Robert Paul Naeff

Eén van de Nederlandse toppers, waarmee ik menig uurtje in Frankrijk heb doorgebracht. Een zeer praktische, gedreven, mobiele karpervisser wars van teveel techniek. Enorme pioneer ook, altijd weer bereid om zich in het ongewisse te storten. Heeft heel wat kilometers versleten in Frankrijk maar daarvoor ook heel wat grote vissen van verschillende wateren op zijn naam staan.

Heeft ook al heel wat publicaties in bladen zowel als boeken op zijn naam staan, het wachten is op zijn eigen boek.

 

Willem Geestman

Voormalig Nederlands recordhouder voor lange tijd, hoewel er wat twijfel is gerezen over zijn toenmalige record. Ik ben in ieder geval blij dat het record de laatste jaren al verschillende keren gebroken is en nog steeds de hoogte in gaat.

 

Jan Junge

Schrijver van scherpe, kritische en van kennis getuigende artikelen. Helaas is de huidige karperwereld Jan teveel geworden en hij heeft het karpervissen volledig vaarwel gezegd. Eerlijk is wel om op te merken dat Jan nooit echt groot ving, maar zijn artikelen maakte dat meer dan goed en hij is zeker een gemis voor de karperwereld.

 

Leo Westdorp

Ik leerde Leo al heel vroeg kennen in mijn karperloopbaan, ik denk in 1984, toen was het de man die de Carp Anglers Association regelde voor Nederland, hij had goede contacten in Engeland. Ik geloof o.a. met Kevin Maddocks. Verscheen ook al vroeg in Frankrijk op het toneel, was zelfs een tijdje een soort karpergoeroe in Frankrijk. De laatste tijd hoor je weinig meer van hem, hoewel hij, zover ik weet, nog wel vist.

Hield ook van zwaar voeren.

 

Rini Groothuis

De man die het vissen op kweekkarper in Nederland op de kaart heeft gezet. Ik denk dat voor heel veel mensen de boeken van Groothuis de bijbels waren waarmee ze zijn begonnen met het vissen op karper. Ik heb de indruk dat hij de laatste jaren wat is stil blijven staan, je hoort ook niet meer zoveel van hem. Feit is wel dat karpervissend Nederland veel aan hem te danken heeft.

 

Joris Weitjens

Luimelaar, zeer begenadigd schrijver en echte karpervisser, kijk niet naar zijn materiaal, maar doet dat er ook wat toe? Zijn boek ‘De Karper Voorbij’ is verplichte leesstof voor iedere liefhebber.

Ook zijn hoofdstukken in ‘Gejaagd door de karper’ en ‘Met het oog op de karper, het jubileum boek van de Nederlandse KarperStudiegroep zijn niet te missen. Aangename persoonlijkheid.

 

Franklin Broeckx

Momenteel vooral bekend als redactielid van het blad De Karperwereld, maar ik kende hem al vanuit het comité van de Nederlandse KarperStudiegroep, aardige echte Brabander, vanger van Hij, een spraakmakende Nederlandse spiegel, op een gewicht van over de veertig pond. Verder vanger van aardig wat grote vissen in Nederland in de spaarzame tijd die hij heeft om te hengelen. Goed gezelschap.

 

Rob Scheinder

Schilder en karpervisser. De laatste tijd besteed hij wat meer tijd aan het schilderen dan het karpervissen. Eén van de namen uit de jaren tachtig, zoals gezegd was hij medeoprichter van het Karperconsortium. Heeft uitgesproken mening omtrent het karpervissen, is bekend om zijn gevleugeld taalgebruik in zijn artikelen. Een technisch aangelegde karpervisser. Zeer talentvol schilder van karperportretten, ben nog niemand tegengekomen die een karper beter op een schilderij kan krijgen.

 

Gerard Schaaf

Een bekende Nederlandse karpervisser met name vanwege zijn penvisserij. Ken hem niet persoonlijk. Schrijft al heel lang voor het maandblad Beet, waarbij ik wel de indruk heb dat hij ieder jaar een beetje dezelfde artikelen herhaalt. Deed eerst wat krampachtig over Frankrijk, maar schijnt nu helemaal om te zijn, ontziet daarbij niet echt iedereen.

 

Wijtze Tjoelker

Een Friese fanatieke karpervisser die stilletjes jaren lang veel en groot zat te vangen in Friesland.

Een denkende karpervisser met een flinke bagage aan praktische kennis. Vist de laatste jaren minder, maar is één van de Nederlandse toppers.

 

Herman Coenen

Ook een karpervisser die al jarenlang stilletjes grote karper zit te vangen. Ik had zijn naam al eens horen vallen, maar hij tradt pas voor de eerste keer op de voorgrond in het laatste boek van Evert Aalten. Toevallig heb ik hem recentelijk leren kennen, een zeer gedreven en enthousiaste karper-visser. Op zijn gedrevenheid kan ik weleens jaloers zijn. Zijn vangsten in Nederland liegen er niet om. Gaat diep om de materie in, ook een Nederlandse topper.

 

Hans Groenewoud

Good old Hans, ik heb jarenlang tot beider genoegen samen met hem in het comité van de Nederlandse KarperStudiegroep mogen zitten. Hij was voorzitter en een goede ook. Nu is hij hoofdredacteur van het blad Dé Karperwereld. Gezellige Brabander die naar mijn mening voor een groot deel vist voor het gevoel. Nu hij wat vaker met Franklin vist verschijnen er ook wat vaker mooie foto’s van Hans met z’n vissen.

 

Jan B. de Winter

Over zijn boek heb ik het al gehad. Was eigenlijk een beetje van voor mijn tijd. Een echte wilde karperfreak.

 

Arnout Terlouw

Meer een allround visser dan een echte karpervisser, maar wel een echte visser. Heeft heel wat grote vissen van verschil-lende soorten om zijn naam staan. Momenteel mederedacteur van het blad Karper van de Beet.

 

Marco Kraal

Toffe kerel met een titel. Werkt bij de Nederlandse vereniging van sportvissersfederaties (NVVS) en doet er enorm veel goed werk ter bescherming van de Nederlandse visserij en de karpervisserij in het bijzonder.

Vist naast karper ook op andere vissoorten, maar karper is toch zijn eerste passie. Heeft veel weten-schappelijke kennis. Is adviseur van het comité van de Nederlandse KarperStudiegroep en ook verbonden aan het blad Dé Karperwereld.

 

Kees van Kempen

Schreef ooit het boek ‘Zwaargewichten’ met Jacques Schouten en ‘Kapitale karpers’ met twee medeauteurs, was ook lid van het Consortium en vierde zijn hoogtijdagen in de jaren tachtig. Ving toen veel en grote karpers. Of hij momenteel nog op karper vist weet ik niet.

 

Co Sielhorst

Gezellige bescheiden karpervisser. Een echte penvisser, de laatste jaren hoor ik niet zo veel van hem, maar toen ik hem nog weleens sprak ving hij met de pen zijn karpers meer dan behoorlijk bijelkaar. Heeft een eigen hengelbouwzaak.

 

Leon Hoogendijk

Onze Nederlandse Fransman heeft in Frankrijk een respectabele rij aan grote vissen bij elkaar gevangen, hoewel hij wat laat op gang kwam. Aardige wat verlegen jongen. Schrijft voor veel internationale bladen. Af en toe wordt hij tijdens het schrijven iets te enthousiast en schrijft dan dingen die wat overdreven zijn.

 

Cor de Man

Cor heeft zijn eigen plaats in de schrijvende karperwereld verworven.

 

Ad Degen

Natuurlijk vooral bekend als uitgever van een zeer respectabele reeks karperboeken. Indien een karperboek uitgegeven wordt door Ad, dan kan je ervan uitgaan dat de het een mooi boek met inhoud zal zijn. Ad publiceert geen boeken van Jan en Alleman. Voorbeeld hiervan is natuurlijk Alijn zijn boek Karperblues. Ad heeft verder een zeer drukke baan, maar in de spaarzame uurtjes probeert hij toch ieder jaar nog wat karpers te vangen wat hem niet slecht afgaat.

 

Sjef en Henk van der Hoven

De Cassienslachters werden ze ook wel genoemd. Nederlandse toppers en zo voelen zij zich ook wel, die een enorme lijst zware vissen hebben opgebouwd. Zijn de laatste jaren meer op Forêt te vinden. Hoewel de vistrips wel in aantal zijn afgenomen. Zijn ook een beetje geheimschrijvers.

 

Fototeksten:
John 1: John met een rivierdertiger
John 2: Een veertiger uit Het Vlaggenwater gaat terug
John 3: John met een Seine beauty
John 4: John met een KK 7/8 dertiger
John 5: John met ‘De Rijen/Spiegel’ van KK 7/8
John 6: Het fameuze Orient
John 7: John met z’n PB. Een 60 plusser uit Orient
John 8: Samen Met Naeff op Orient